Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Ik ben de enige christen in het gezin

in Geloven

Zijn ouders slapen op zondag lekker uit. Hij is vroeg uit de veren, op naar de kerk. Zijn broers beginnen gelijk te eten. Hij vouwt eerst zijn handen en vraagt om een zegen. Maarten is 21 en als enige in het gezin christen.

„Ik ben wel gelovig opgevoed. Ik ging met mijn ouders mee naar de kerk. Tot ik tien jaar was. Toen vond ik het zo saai, dat ik en mijn broers besloten om niet meer te gaan.“

Kort nadat Maarten en zijn broers de kerk vaarwel hebben gezegd, houdt ook zijn moeder het voor gezien. Alleen zijn vader gaat nog met enige regelmaat.

„Ik vond het wel mooi dat ik van dat saaie gedoe af was. Meestal werden we toch alleen maar zoet gehouden met snoepjes. Maar ik vond het raar dat mijn vader nog wel ging.“ Maarten houdt zich er verder niet zo mee bezig, maar als hij ouder wordt, vraagt hij zijn vader waarom die nog wel naar de kerk gaat. Een bevredigend antwoord krijgt hij echter niet. En aantal jaren later haakt ook zijn vader af.

Maarten leidt in de jaren daarna een rustig leventje. Hij hoeft met de kerk en met God geen rekening meer te houden. „Niet dat ik opeens uit de band sprong, maar God speelde geen rol meer in mijn leven.“

Normale lui
Totdat Maarten in de laatste jaren van zijn middelbare schooltijd in een vriendengroepje terechtkomt met twee christenen. Een van hen doet belijdenis en vraagt of hij mee gaat naar de dienst. Daarna vraagt ze of hij meegaat naar de jeugddiensten en al snel belandt hij in de jeugdgroep van een Hervormde gemeente.

Maarten: „Via een uitwisselingsproject met christenjongeren in Amerika ging ik mee naar Amerika waar ik in christelijke gezinnen verbleef. Ik leerde veel van die mensen. Ik vond christenen eigenlijk heel interessant. Dat kwam denk ik ook wel doordat ik een erg goede godsdienstleraar had op school. Met hem had ik heel goede gesprekken, die mij echt aan het denken zetten. Ook de jongeren in de jeugdgroep waren heel normale lui.“

Belijdenis
Uiteindelijk besluit Maarten zich bij de Hervomde gemeente aan te sluiten. Als hij belijdenis doet, komt ook zijn familie in de kerk. „Ik kon merken dat ze niet goed wisten hoe ze zich een houding moesten geven. En omdat ik toen nog vrij jong was, kon ik het zelf ook nog niet goed onder woorden brengen. Soms lijkt het wel of het makkelijker is iets confronterends te zeggen tegen mensen die ik niet ken, dan tegen mijn eigen familie.“

De enige met wie Maarten af en toe over het geloof kan praten, is zijn moeder. „Er heerst in Nederland toch een beetje een cultuurtje van ‘laat mij maar doen’. En dat merk je juist in die dingen. Nu was ik in het begin ook wel een beetje krampachtig hoor,“ geeft Maarten toe. „Ik wilde mijn ouders graag bekeren, maar daar liep ik vanzelf in vast. Nu gaat dat wat losser. Ze vragen aan mij wel eens hoe ik bepaalde dingen zie. Maar ik zou het heel fijn vinden als mijn ouders ook zouden geloven. Daar bid ik ook voor. Want wie niet in Jezus Christus gelooft, gaat tenslotte toch verloren.“

Onbegrip
Maarten krijgt thuis behoorlijk de ruimte om zijn geloof te uiten. „Als ik wil bidden voor mijn eten, zijn de anderen stil. En als iemand vloekt, verontschuldigt hij zich voor mij. Ik zit gelukkig niet op een eenzaam eilandje. Er zijn wel wat knelpunten, maar ik heb nog goed contact met mijn familie. Ze accepteren dat ik geloof, al begrijpen ze het niet altijd.“

Dat onbegrip komt vooral tijdens een discussie naar voren. Soms kijken zijn broers naar een film, waarvan Maarten echt vindt dat je daar niet naar moet kijken. „Dat wordt dan een discussie. Of met mijn broer die af en toe bleef slapen bij zijn vriendin. Daar sta ik ook niet achter. En dat zeg ik dan ook.“

Maarten vindt zijn ‘ongelovige jaren’ geen verloren tijd. „Ik ben niet echt een relschopper geweest in die tijd, maar het was wel handig geweest als ik in die jaren wat meer bijbelkennis had opgedaan. Nu moet ik soms het wiel opnieuw uitvinden. Maar aan de andere kant, als je er helemaal mee opgevoed bent, loop je het gevaar een heilig boontje te worden. Je weet immers precies hoe het in theorie zit. Mijn voordeel is dat ik niet vanuit een bepaalde traditie denk en ik kan me daarom goed in jongeren verplaatsen.“

Maarten volgt de opleiding voor godsdienst pastoraal werk aan de Christelijke Hogeschool in Ede. Na zijn studie wil hij graag als christelijk jeugdwerker werken. „Hoewel vooral mijn moeder zich afvraagt of ik daar mijn brood mee kan verdienen, steunen mijn ouders mij gelukkig wel.“

De naam Maarten is om privacyredenen gefingeerd.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over