Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Hoe God ingreep in het leven van baby Rhodé

in Geloven

Op het moment dat de machines gestopt zouden worden, wist Michael het zeker: God wil niet dat ons kindje nu sterft. Hardop begon hij voor haar te bidden. En vanaf dat moment ging het opeens beter met Rhodé. Een wonder. Het verhaal van Michael en Ella Robart, over hun dochtertje Rhodé, die nu anderhalf jaar is.

Rhodé is snipverkouden. Ze zit in haar stoeltje in de box en kijkt me aan met haar heldere oogjes. Michael en Ella houden haar constant in de gaten. Als ze erg vol zit en moet hoesten, neemt Ella haar bij zich. Ze lijkt heel teer…

Extra zuurstof
„Bij de bevalling in het ziekenhuis zagen de artsen direct dat er iets niet in orde was, maar ze wisten niet wat het was. Drinken kon Rhodé niet. Na een week mocht ze wel mee naar huis, maar een paar weken later moest ze alweer terug. Vanwege het probleem met het drinken kreeg Rhodé uiteindelijk in januari 2002 een maagsonde. In april 2002 bleek er een abces in de sondewond gevormd te zijn en werd ze acuut opgenomen. Die nacht in het ziekenhuis moest ze veel spugen en kreeg ze het zo benauwd dat ze er blauw van werd. Noodgedwongen moesten ze haar toen extra zuurstof geven.
Uit verder onderzoek bleek dat Rhodé geen afsluiting had bij haar maagdarmkanaal. Haar oogzenuw was nog niet goed uitontwikkeld. Af en toe stopte ook haar ademhaling en kreeg ze epileptische aanvallen. Ook bleek ze slechthorend te zijn. Om te kunnen blijven leven, had ze steeds meer zuurstof nodig.
De conditie van Rhodé werd steeds zwakker. Op maandagmorgen 8 juli 2002 werd ons verteld dat ze het nog een week wilden proberen. Maar die middag ging het direct al verder mis. Ze kreeg wel twee tot drie liter zuurstof per uur, wat veel te veel was voor dat kleine lichaampje.“

Hartstilstand
Alles werd in gereedheid gebracht om Rhodé naar het ziekenhuis in Groningen te transporteren, omdat ze daar meer voor haar zouden kunnen doen. Toen de artsen bezig waren een tube in te brengen voor de beademing, viel haar hartje stil. Er ontstond grote paniek. Ze kreeg onmiddellijk een
adrenaline-injectie en haar hartje werd gemasseerd. Michael: ‘Ik liep weg en dacht dat ze zou overlijden. Ik riep tot God om haar het leven terug te geven. Dat heeft Hij ook gedaan, want het lukte de artsen alsnog haar te reanimeren.“

Direct daarna ging ze op transport naar Groningen. De toestand was buitengewoon kritiek. „Uw kind wordt onder hoge druk beademd,“ werd Michael en Ella verteld. „Maar elke klap van de machine levert wel schade op aan haar longen. Houd er maar rekening mee dat ze het niet gaat redden.“
Michael vertelt dat hij die avond vanuit Groningen naar huis reed en op de radio het EO-programma De randen van de nacht hoorde. „Onderweg had ik God al gevraagd of wij nooit de beslissing over leven en dood zouden hoeven te nemen. Ik bad Hem of Hij in Zijn wijsheid wilde doen wat het beste voor Rhodé was. Ik heb naar De randen van de nacht gebeld en mocht vertellen dat de artsen vochten voor ons kind, maar dat ze de strijd dreigden te verliezen. We hebben toen heel duidelijk ervaren dat er die week heel veel mensen voor ons gebeden hebben, mensen die aangesproken waren door wat ik had verteld. We voelden ons gedragen in de strijd en in ons verdriet. Ook in onze eigen gemeente werd veel voor haar gebeden. In de kritieke situatie voor het transport naar Groningen is ze door een oudste gezalfd met olie.
We kregen bidders op ons pad. Op de IC werkte een vrouw die christen was. Bij haar voelden we ons veilig. Een Chileense vluchteling, een vader van een ander kind in het ziekenhuis, kwam af en toe bij Rhodé bidden. Dat waren voor ons knipogen van de Here.“

De beslissende dag
Op donderdag 11 juli 2002 zeiden de behandelende artsen dat indien de toestand van Rhodé het komende weekend niet zou verbeteren, de behandeling op maandag 15 juli zou worden gestaakt.
Ella krijgt weer de tranen in haar ogen als ze erover vertelt: „Het ging alleen maar slechter met Rhodé. Op zondagmiddag beseften we dat we moesten aanvaarden dat ze niet meer te redden was. Toen kwam die maandag de 15e. Mijn moeder stond die morgen te zingen onder de douche. Onbegrijpelijk, maar echt waar. Daarna las ze in haar Bijbel de verzen 20 en 21 van Psalm 68: ‘Geprezen zij de Here. Dag aan dag draagt Hij ons; die God is ons heil. Die God is ons een God van uitreddingen, bij de HERE Here zijn uitkomsten tegen de dood’. Ze zei tegen ons: ‘Daar ga ik op staan. Ik ga bidden voor haar leven’.“

Michael: „De verpleging vertelde hoe het zou gaan. Rhodé zou worden losgekoppeld van de machines en zou in onze handen sterven. Ze zou nog een dosis morfine krijgen, zodat ze minder benauwd zou zijn. Binnen een paar uur zou ze dan overlijden.
Maar het gesprek leek langs me heen te gaan. Telkens bad ik God om in te grijpen. En plotseling had ik het gevoel dat ik me wilde verzetten. Ik wilde niet langer bidden dat God mijn dochter tot Zich zou nemen. Ik wilde alleen nog maar bidden dat God haar zou laten leven en haar een menswaardig bestaan zou schenken. Ik begon hardop te bidden dat God Rhodé zou laten leven en haar door deze periode heen zou helpen.“
Ella raakte hiervan overstuur. Ze hadden toch besloten Rhodé in Gods hand te geven en nu begon Michael te bidden of God in wilde grijpen. „Dat begreep ik wel,“ reageert Michael, „maar het werd op dat moment zo duidelijk voor mij dat God een God van leven is en niet van de dood, dat ik niet anders kon.“

Een medisch raadsel
Het gevolg was wel dat Rhodé aan de machines bleef liggen. „‘s Middags stond het behandelend team van artsen versteld. Ze begrepen er werkelijk niets van,“ vertelt Michael. „Men stond voor een medisch raadsel. In enkele uren tijd was de situatie van Rhodé op onverklaarbare wijze verbeterd en besloot men de behandeling toch voort te zetten en de situatie per dag te evalueren. Een van de artsen noemde het zelfs een wonder. Dat was het in onze ogen ook. Het wonderlijke herstel zette door. Haar bloedwaarden verbeterden en de hoeveelheid koolzuur in haar bloed nam af.“
Op 1 augustus, 15 dagen later, mocht Rhodé van de beademing af. Dat was een kritiek moment. De artsen hadden er nog steeds niet veel vertrouwen in en dachten dat ze hooguit 24 uur zou blijven leven. Ella en Michael geloofden echter vast dat het goed zou gaan. Michael: „Ik heb een Godswonder aanschouwd. Hij heeft ingegrepen.“ Ella: „Ik dacht zoiets als: God zal nu voor Rhodé blijven zorgen.“

Op 20 september vorig jaar kwam Rhodé thuis, in hun nieuwe woning in Sneek. Ondertussen waren Ella en Michael namelijk ook nog verhuisd. Het gaat – naar omstandigheden – goed met Rhodé en er is nog een lange weg te gaan met revalidatie en andere therapieën. Op medisch vlak durven de artsen geen enkele voorspelling te doen over wat kan worden verwacht.
Kritiek op de artsen hebben ze niet. „We hebben juist veel bewondering en waardering voor hun inzet.“
Rhodé krijgt haar voeding nog wel via de maagsonde. Michael en Ella weten dat Rhodé’s leventje kwetsbaar is, maar zijn vol vertrouwen dat ze verder vooruit zal gaan. Ze zijn er vast van overtuigd dat God een plan heeft met dit jonge leventje. „We weten niet hoe het verder met haar zal gaan, maar we zien dat zij voor veel mensen al een deur heeft geopend om een gesprek over het geloof te krijgen. Ook voor ons eigen geloofsleven heeft ze al veel betekend. Het heeft ons veel dichter bij de Here gebracht. En we weten dat God er altijd bij zal zijn en dat Hij ons zal omringen met Zijn engelenmacht.“

Nieuwsgierig
Over de zorg van de Here voor hen raken ze niet uitgepraat. Ella: „Spontaan bood zich een oppas aan. Ze bleek verpleegkundige te zijn. Wonderlijk toch? Onze buren zijn huisarts. Als er iets is, hoeven we maar bij hen aan de bel te trekken.“
„Ik heb God nu een paar keer in mijn leven aan het werk gezien,“ merkt Michael op. „Al eerder in mijn leven, en nu ook weer met Rhodé. Ik weet niet hoe het verder met Rhodé zal gaan, maar dat geeft ook niet. Ook al zou ze overlijden, dan weet ik dat ze bij de Here in de hemel zal zijn. Ik kan haar nu helemaal in Zijn handen geven.“

Achteraf verbazen Ella en Michael zich over de kracht die ze ontvingen om het de afgelopen anderhalf jaar vol te houden. Ook de andere kinderen – 3 en 6 jaar – vroegen hun aandacht. „Je moest wel. Pas de laatste maanden, nu Rhodé thuis is, merken we hoe moe we zijn. De Here gaf ons kracht en we hebben ervaren hoe belangrijk het was dat er voor ons werd gebeden.“
„Omdat ik in God geloof en Hem ken, zit ik nog hier. Zonder Hem had ik het nooit volgehouden,“ merkt Michael op.
Ella vult aan: „We hadden eigenlijk geen tijd om de dingen te verwerken. Soms zou ik wel willen dat de tijd even stil zou staan. Gelukkig is God bij ons. Ik zou wel eens stiekem om een hoekje willen kijken en willen zien hoe het verder zal gaan met Rhodé.“

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons