Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Herman Dubois: weer thuis met Kerst

in Geloven

Bijna zeven jaar zat Herman Dubois vast in verband met de Zaak Putten. Achteraf bleek het een grote justitiële blunder en Dubois kwam met m 895.000 smartengeld vrij. Het geld heeft hem niet rijker gemaakt. „Ik hoef dat geld niet. Ik wil dat de echte dader gepakt wordt."

De zaak Putten werd na een aantal jaar in Den Haag heropend en terugverwezen naar het Hof van Leeuwarden. Daar werd Dubois in oktober 2000 - na dan zes jaar en acht maanden gevangenschap - vrijgesproken. „Veel mensen vragen of ik juist toén niet boos was, toen écht bleek dat ik onterecht vast zat. Dan zeg ik altijd: niet op dat bewuste moment. Ik was juist wel blij. Want ik had al meer dan zes jaar op allerlei manieren geroepen dat ik het niet gedaan had. Kijk, natuurlijk ben ik boos, ook op justitie. Iedereen vindt me wel rustig, maar ik heb vaak een maskertje op. Ik heb ook wel eens droevige momenten dat ik denk: maskertje af. Dat hebben we allemaal."

Oorspronkelijk kreeg Herman tien jaar. „Ik schrok ontzettend toen ik hoorde dat ik vast kwam te zitten. Maar ik dacht: dit is niet definitief en hierna gebeurt er wat, waardoor ik toch nog vrijkom. In al die jaren heb ik steeds gedacht dat ik over een paar weken weer vrij zou zijn. Dat heeft me ook op de been gehouden achteraf. Want steeds was er wel weer een hoger beroep, of wat anders, dus ik had steeds hoop. En ik wist dat ze de echte dader ooit zouden vinden."
Heeft Herman zelf ooit bekend dat hij het had gedaan? „Dat denken veel mensen, maar het is niet zo gegaan. Ik werd door twee rechercheurs meegenomen voor verhoor. We reden vlak langs ons huis en ik zag daar m’n kinderen spelen. Toen zeiden ze tegen me: ‘Ik zou maar bekennen als ik jou was, want anders komt je vrouw ook in de gevangenis en je kinderen in een tehuis'. Toen ben ik geflipt, want als ze aan m’n gezín komen, ben ik niet meer te houden. Ik zei: ‘Jongens, zet maar wat op papier, ik teken wel'. Maar toen de rechter-commissaris het document later in de rechtzaal voorlas, zei ik: ‘Dit klopt niet!' Maar ja, ik had het wel ondertekend.“
Herman heeft het erg moeilijk gehad in de gevangenis. „Ik kon me er niet bij neerleggen. Want je kunt je niet neerleggen bij iets dat je niet gedaan hebt. Ik sliep weinig - ongeveer twee à drie uurtjes per nacht - en ik prakkiseerde veel. Het liefst was ik aan de gang voor andere gedetineerden. Gelukkig kon ik bij het Sociaal Cultureel Werk (SCW) aan de slag, want dan kon ik wat voor andere mensen doen. En als je je inspant voor andere mensen, hoef je niet aan jezelf te denken."

Tatoeage
De meeste relaties van gedetineerden gaan kapot. Toch bleef de relatie tussen Herman en Anja sterk. Hoe kwam dat? Herman: „Anja kon voor honderd procent zeggen dat ik thuis was op de dag dat de moord plaatsvond. Stel dat ik niet thuis geweest was, dan had Anja nooit voor honderd procent kunnen zeggen of ik het niet gedaan had. Dan was er toch misschien iets van twijfel ingeslopen van haar kant en dat is logisch! Ik heb wel een periode gehad dat ik tegen Anja zei: ‘Ik zit in de gevangenis, dit is geen leven voor jou. Ga lekker bij me weg en ga een nieuw leven beginnen. Ga verder.' Ik had toen net gehoord dat ik tien jaar kreeg. Dat is toch geen leven voor een vrouw? Om me heen zag ik het ook gebeuren: in de gevangenis was er elke week wel een relatie die kapot ging. Dus ik twijfelde heel erg of Anja het wel vol zou houden. Maar om te bewijzen dat ze ondanks alles bij me zou blijven, heeft ze een tatoeage laten zetten, terwijl ze daar een grondige hekel aan heeft. Op haar rug liet ze een klein hartje zetten met de tekst I love Herman. Toen wist ik het. En we hebben het er ook nooit meer over gehad en ik heb ook nooit meer getwijfeld."

Vrijheid
Opgesloten-zijn is vreemd, thuiskomen misschien nog wel vreemder. „Toen ik voor de eerste keer thuiskwam op verlof, vroeg ik aan Anja of ik even wat uit de koelkast mocht pakken," gniffelt Herman. „Ik was een vreemde in m’n eigen huis." Het was helemaal onwerkelijk toen Herman na zes jaar weer helemaal vrij was. „Elke dag geniet ik daar van. Ik vind alles zó bijzonder: een boom of een vogel. Ik geniet van elk dingetje heel intens. Ik heb natuurlijk zes jaar tussen grijze muren gezeten van zes meter hoog. Dan zie je geen spatje buitenlucht."
Toen Anja hem ophaalde toen Herman voor het eerst weekendverlof had, was het net of er een klein kind naast haar zat in de auto. Anja: „Hij wist gewoon niet waar hij kijken moest." Maar ook bepaalde ontwikkelingen waren aan Herman voorbijgegaan: schroefdopjes op koffiemelkflesjes, anderhalve literpakken melk, het was allemaal nieuw voor hem. Herman: „Ik voelde me vreemd in een nieuwe wereld. De gevangenis was toch beschermend, dat was toen mijn thuis. En als je dan buiten komt en in de vrijheid stapt, dan is dat best wel heel eng. Daar heb ik het heel moeilijk mee gehad. Vrijheid was te groot."
Herman heeft moeilijke tijden gekend in de gevangenis. Met Kerst bijvoorbeeld. „De pijn en de eenzaamheid van gedetineerden in de gevangenis zal ik niet snel vergeten. Je moet je voorstellen dat het altijd rumoerig is in de gevangenis. Je hoort mensen roepen, klagen, schelden, vloeken of tieren, de hele dag door. Maar met Kerst is het stil in de cellen. Doodstil. Dat wordt er zachtjes gehuild. Dat is afschuwelijk."

Hells Angels?
In de gevangenis is Herman tot een levend geloof gekomen. Hoe dat kwam? Het zat zo: Anja had een kennis in Putten die lid was van een christelijke motorclub. Hij belde Anja op met de vraag of het niet leuk was dat twee mensen van de club een keer mee gingen naar de gevangenis om Herman te bezoeken. Herman grijnst. „Toen ik ze binnen zag komen, dacht ik dat het de Hells Angels waren: leren pakken, lang haar… maar het waren gigantische lui, echt waar. Ik was op dat moment al met het geloof bezig en zij brachten mij weer een stapje verder.
Waarom kwam Herman juist in de gevangenis tot geloof? „Nood leert bidden," antwoordt hij rustig. „Ik zocht een maatje. Vier maanden heb ik in beperking gezeten: afgesloten van de buitenwereld, geen krant, geen tv, geen radio. Vier maanden lang zat ik helemaal alleen. In de derde maand kwam er een dominee langs in m’n celletje. Hij vroeg of ik meewilde naar een paasdienst. Daar had ik wel oren naar, al was het alleen maar om er even uit te zijn." Zo gezegd, zo gedaan en Herman ging - samen met twee bewakers en de dominee die hem inviteerde - de ‘kerkzaal’ binnen, waar ongeveer tweehonderd andere gedetineerden zaten. „Halverwege de dienst is er wat gebeurd. Ik weet niet wat, maar ik weet nog dat ik opstond en begon te huilen. Ik voelde Gods aanwezigheid." Een periode daarna was dat gevoel weer weg. „Alsof ik geen contact meer had met God. Maar juist toen kwamen die twee mensen van de motorclub mij weer bezoeken. Ik dacht: ‘Dit kan geen toeval zijn."

In diezelfde tijd dat Herman tot geloof kwam, gebeurde er ook wat met Anja, hoewel ze dit niet van elkaar wisten. Anja: „Vanaf de dag dat Herman gearresteerd werd, ben ik echt in nood gaan bidden. Ik dacht: ‘God, U moét me helpen.' Het was een noodkreet. Herman en ik waren gewend om samen nog even de dag door te praten voor we gingen slapen. Vanaf dat moment ben ik dat eigenlijk met God gaan doen. Ik begon dus te bidden en ben dat blijven doen. Maar dat heb ik nooit tegen Herman verteld. Pas na een half jaar begon ik daarover. „Ik zei: ‘Herman, ik moet je wat vertellen: sinds jij vast zit, bid ik elke dag'. Ik vond dat moeilijk om te zeggen, omdat ik dat heel persoonlijk vond en ook omdat ik niet wist hoe hij er tegenover stond. Ik zou het heel erg vinden als hij het belachelijk zou maken, want het was voor mij heel waardevol. Maar toen ik het aan hem vertelde, zei hij: ‘Ik ben ook weer gaan bidden'. Dat zal ik nooit meer vergeten. We waren zo ver van elkaar verwijderd, maar hadden allebei sterk dezelfde behoefte. Ik ben ervan overtuigd dat we de kracht om het vol te houden die tijd, echt van God hebben gekregen. Anders was het niet te doen geweest."

Herman en Anja Dubois hebben samen een Alpha-cursus gevolgd. Ze gaan nu regelmatig naar een evangelische gemeente in Ermelo. Een paar weken geleden zijn ze naar de gevangenis gegaan, om deel te nemen aan een gespreksgroep met gedetineerden en ze een hart onder de riem te steken.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

Moslimvrouw doneert maaltijden aan christelijke weduwen

Moslimvrouw doneert maaltijden aan christelijke weduwen

'Laten we vreedzaam met elkaar samenleven'

'Ik vier Kerst voor het eerst met Jezus'

'Ik vier Kerst voor het eerst met Jezus'

Na een leven zonder geloof en kerk, viert Gerda Steenbergen dit jaar Kerst zoals ze dat nooit eerder vierde: sober, maar met God. "De jaren hiervoor...

'Irak is voor mij de hemel op aarde'

'Irak is voor mij de hemel op aarde'

Andrew White over zijn werk als voorganger en vredestichter in Irak

Gert-Jan Schaap