Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu clock Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop Icon--girl Icon--boy Icon--cross

Hans Dorresteijn in gesprek met Herman Boon

in Geloven

Ze maken allebei cabaret. De een is altijd en overal een ware komiek. De ander wordt bestempeld als een treurdichter. Samen gingen ze met elkaar in gesprek over God, geloof en Kerst. Herman Boon & Hans Dorresteijn.

Hoewel de twee elkaar in geen twintig jaar hebben gezien, is het weerzien hartelijk. Ze praten honderduit en halen oude herinneringen op. Herman (44) voelt zich meteen thuis in het ‘oude schrijvershuis’, dat eenvoudig is ingericht met een piano, een tafel, een paar stoelen en een volgeladen boekenkast. Tussen de atlassen en woordenboeken prijkt een zwartgekafte Bijbel.
Binnen enkele minuten zijn de twee cabaretiers in een diepzinnig gesprek verwikkeld. Hans (62) wist niet dat Herman christen geworden was en verwondert zich erover dat Herman christelijk cabaret maakt. „Maar jij moet wel, want je wilt ook getuigen. Kijk, ik ben niet anti-gelovig, ik ben niet-gelovig.“

Duffe boel
Waar Hans het leven moeilijk vindt, maar tegelijk niet twijfelt aan de waarde ervan, is Herman jarenlang op zoek geweest naar het antwoord op de vraag wat het leven voor zin heeft. „Ik móest daar een antwoord op hebben.“ En dat kreeg hij. Op 28-jarige leeftijd kwam Herman, die niet christelijk opgevoed werd, tot geloof. Hij ruilde een veelbelovende carrière in om iets met zijn geloof te doen. Hij ging christelijk cabaret maken.
Hans: „Maar toen moest je dus ook een heel ander publiek gaan dienen.“
Herman: „Nee, dat is juist het leuke. Ik heb gewoon een cabaretprogramma gemaakt dat ontzettend lachen is, maar waarbij ik tegelijk uitleg wie Jezus is. Want heel veel mensen hebben zo’n raar beeld over de kerk en God. Ze denken dat er helemaal niets aan is. En dat komt mede doordat heel veel mensen iedere zondag naar de kerk gaan, zonder dat ze God kennen. Dus daar is het een duffe boel. Het geheim is nu juist dat Gods Geest onze geest aan kan raken. En wanneer dat gebeurt, dan wordt het ‘geestig’.“

Opgevouwen briefje
Voor Hans is Kerst verwant aan eenzaamheid. „Ik ben heel veel alleen geweest met Kerst. Dat klinkt heel zielig, en dat is het ook, maar ik zorgde jarenlang dat ik met die dagen heel druk was met schrijven. Ik weet nu nog niet wat het gaat worden deze Kerst.“
Voor Herman was Kerst altijd gezellig bij elkaar zijn en lekker eten. Nu heeft Kerst voor hem een veel diepere dimensie. „Het is een open deur om mensen iets te laten zien van de liefde van Christus. En dan ga je zien waarom je leeft. Dan weet je waar je heen gaat als je sterft.“
„O, dat impliceert het geloof meteen ook?!“ roept Hans.
„Ja, natuurlijk. Ik las ergens dat jij de dood als een slaap ziet. Maar ik moet er niet aan denken dat er hierna nog een keer zo’n leven is als hier.“
Hans lacht: „Ik zou wel ‘ja’ zeggen als ik in een ruimte opgesloten werd met Johan Sebastian Bach. Ha, nee kijk, ik zou het geweldig vinden als er een hiernamaals zou zijn, maar ik kan het absoluut niet geloven. Dat is ook zo met de vraag of ik geloof of Hij echt bestaat. Dat wisselt een beetje. Ik denk dat ik een overmaat aan controlerend verstand heb. Niet dat ik intelligent ben, hoor, geenszins, maar wel dat iets in mij constant roept: ‘Is dat wel zo? Ga het eens goed nakijken’!“
Herman: „Er is één ding wat de duivel niet wil, en dat is dat een mens zich gaat openen voor God. Als jij zegt dat je niet kunt geloven, dan denk ik dat dat je ingefluisterd wordt. En nu zegt Jezus dat je baas kunt worden over je denken. Dus vraag maar aan Hem of Hij wil laten zien dat Hij bestaat. Ik heb het ook gedaan. Ik heb letterlijk op een briefje geschreven: ‘God, als U bestaat, laat mij het weten’. Toen heb ik het opgevouwen en achter de boekenkast gelegd. Want stel je voor dat één van mijn vrienden dat zou zien. En ik denk dat God dat briefje gelezen heeft. Want Hij heeft mij toch op Zijn weg gezet.“
Hans: „Ik zou dat briefje dan opengevouwen willen zien. Zodat ik weet dat Hij het echt gelezen heeft. Zo klein is mijn godsbesef dus. Bovendien ben je dan een slechte gelovige,“ werpt Hans tegen. „Dan moet Hij bewijzen dat Hij bestaat. Dan moet Hij voor ons kleine erwtjes op de aarde, gaan bewijzen dat Hij God is van deze kosmos. Nee, daar begin ik niet aan.“
„Maar toch doet Hij het,“ reageert Herman. „Hij nodigt je Zelf uit om Hem te zoeken. En dan zul je vinden.“

‘Komische bijbel’
Hans is nog niet overtuigd. Want stel nu dat iemand door zijn natuur niet in staat is om Hem toe te laten in zijn hart. Niet omdat hij er vijandig tegenover staat, maar omdat hij zich niet kán indenken dat er iets of iemand in de wereld is die hem kan redden. „Dan ben ik dus ten ondergang gedoemd.“
Herman: „Nee. Ieder mens kan zeggen: ‘Here Jezus, als U leeft, laat het mij maar zien’. Dat kan zelfs jij zeggen.“
Hans: „Ik ben a-religieus opgevoed. Ik ben opgevoed in een socialistisch gezin. Mijn moeder gaat vuur spugen als je zegt dat je niet zeker weet of God bestaat. Wij hadden thuis de ‘komische bijbel’. Dat was een product uit de communistische hoek, waarin de hele Bijbel in vier delen belachelijk werd gemaakt. Met idiote tekeningen erbij. Zo kende ik de Bijbel. Toch kregen ze Christus niet kapot. Ik had vier delen gelezen en had absoluut geen minachting voor de Bijbel of voor Christus. En toen ik later zelf de Bijbel in handen kreeg, heb ik die met heel veel ontzag gelezen. Ik ben niet gelovig geworden, maar ik heb heel veel van wat Christus gezegd heeft, onthouden. Merkwaardig, want ik heb een slecht geheugen.“

Moeilijk geval
Hans zucht. „Ik ben een heel moeilijk geval. Ik kan heel dichtbij komen, en het toch niet doen. Ik denk dat als God bij mij op bezoek zou komen, Hij na een paar dagen zou zeggen dat ik een zeer moeilijk geval ben, omdat ik met één voet al bij Hem sta, maar niet verder kom.“
Herman: „Wat zou Hij zeggen als Hij nú hier binnen zou komen?“
Hans: „Ik denk dat Hij zou zeggen: ‘Vrees niet, Ik ben het.“
Herman: „Ja, en ik denk ook dat Hij jou zou snappen.“
Hans: „Ja, dat weet ik ook zeker. Weet je, soms voel ik me net een gelovig mens, omdat ik me wel veel tot God en Jezus richt en daar veel over nadenk.“

Elektrisch treintje
Hans is bang om ontmaskerd te worden, om af te gaan en dat de waarheid omtrent hem onthuld wordt.
Herman: „Maar wat is de waarheid dan?“
Hans: „Dat ik stom ben. Dat ik niets kan. Dat ik een buitengewoon slecht en zondig mens ben.“
Herman: „Dat denk jij van jezelf. De waarheid is dat er Iemand over jou juicht.“
Hans: „Ja, dat hoop je.“
Herman: „Ik heb ontdekt, Hans, dat waar geen liefde is, mensen niet meer weten wie ze zijn. Jouw stiefvader bijvoorbeeld, kwam in je leven toen je acht was en hij was een tiran. Dat heeft je beeld over een vader negatief bepaald.“
Hans: „Ik kan me nog herinneren dat als ik bij vriendjes speelde en hun vader thuiskwam, ik alles snel begon op te ruimen. Ik dacht dat ze een toneelstukje opvoerden als die vader zei: ‘Hoi Wim, heb je een fijne dag gehad, jongen? Kom eens hier’. Dan dacht ik: ‘Die is gek geworden’! Want die vader schopte niet het elektrisch treintje door de kamer.“
„Kijk Hans,“ zegt Herman, „God zoekt jou. Waarom? Hij houdt van ons, maar Hij gaat niet buiten onze wil om. Hij respecteert onze wil.“
Hans: „Dat vind ik wel een buitengewoon mooie opmerking. Nog even doorgaan en ik word lid van de EO.“
Herman: „Dat hoeft niet. Als je Jezus maar leert kennen. Kijk, liefde is per definitie zonder dwang. Anders is het geen liefde meer. Hij zoekt geen gedwongen gehoorzaamheid. Het moet vanuit je hart komen. De duivel dwingt wel. Die dringt zich op. Met een grote mond en nare gedachten als ‘jij stelt niets voor’ en ‘het wordt nooit wat met jou’. Probeer eens te worden als een kind. Een kind is open, spontaan en eerlijk.“
Hans: „Maar daar staat tegenover dat ik ook erg trots ben.“
Herman: „Dat is hèt probleem van de mens. Trots wil zeggen: Ik zoek het zelf wel uit. Ik heb niets en niemand nodig.“
Hans: „O, dus dat is niet alleen het probleem van Dorresteijn?“
Herman: „Nee, helemaal niet. Maar wanneer gaat trots wankelen? Als we ziek of zwak zijn. Als we het niet meer zo goed weten. Dan gaan we opeens roepen naar God. Nood leert bidden.“
Hans: „Ja, alsof dat iets positiefs is. Dat vind ik een zwaktebod. Als ik God was, zou iemand die in de nood pas in mij ging geloven een minpuntje krijgen. Hoewel ik met grote schaamte toegeef dat ik wel eens bid. En juist in de nood natuurlijk. Schaamte omdat ik het, als het er is, niet goedkoop wil krijgen.“
Herman: „En nu komt het: Het is voor niets. Dat is ‘genade’. Niemand kan zijn redding verdienen. Je verdient het niet, maar je krijgt het.“
Hans: „Ja, heerlijk! Geef mij zo’n vader, ja.“
Herman: „Ja, maar zo is Hij! Zo’n vader heb je al. Maar je moet Hem leren kennen. Dat is het geheim. God wil Zijn liefde geven aan een ieder die zich daar voor open stelt.“
Hans: „Ja, dat verhaal gaat er bij mij als zestigjarige in als koek. Hij bemoeit zich ook niet met een winst- en verliesrekening van goede en slechte daden? Hoewel gelovigen die goede daden er toch altijd bij blijven doen.“
Herman: „Je doet niet je best om bij God in een goed blaadje te komen. Het is andersom: Omdát je Zijn liefde geproefd hebt, wil je iets goeds doen. Heel veel mensen denken inderdaad dat ze netjes geleefd moeten hebben om in de hemel te komen, maar dat is dus niet zo. Het gaat om Jezus in je leven. God vraagt straks maar een ding: ‘Hans, wat heb jij met Jezus gedaan? Heb je alleen liedjes over Hem gemaakt, of is Hij in je hárt?“

Aan het einde van het gesprek vraagt Herman of hij met Hans mag bidden. Hans reageert resoluut: „Nee, nee, dat doe ik niet. Dat druist tegen alles in mij in.“
Herman: „Maar het gaat niet alleen om woorden, maar ook om het ervaren van dingen. Waar ben je dan bang voor?“
Hans: „Ik weet het niet. Het is dichtbij, maar tegelijk ook een onmetelijke stap.“

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Lees ook

Waarom is God niet oneindig grappig?

Waarom is God niet oneindig grappig?

‘God geeft reden tot een gelukzalige ironie’

Marinus de Jong

‘Een verdeeld christendom maakt God ongeloofwaardig’

‘Een verdeeld christendom maakt God ongeloofwaardig’

‘Juist die eenheid is voor de geloofwaardigheid essentieel’

Marinus de Jong

Is geloven in God goed voor je?

Is geloven in God goed voor je?

Of kun je geloof maar het beste zo snel mogelijk achter je laten?

Marinus de Jong

Zo verduurzaam je je kledingkast

11 leuke en makkelijke tips om mee aan de slag te gaan