Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

‘Als ik sterf, ga ik naar Huis’

in Geloven

‘Wat is Jezus jou waard?’ Die vraag sloeg bij Sabine Bot uit het Limburgse Schin op Geul, in als een bom. Haar leven veranderde volkomen. Nu noemt ze de tijd voor haar bekering een zwarte, donkere en pijnlijke tijd voor God. "Sommige mensen zeggen weleens tegen mij: ‘Jij bent jong tot God gekomen!’ Maar dan zeg ik: ‘Ik heb wel zeventien jaar lang mijn rug naar God gekeerd.'“

Sabine Bot (20) wordt geboren in Zuid-Holland, maar verhuist op haar derde naar Zuid-Limburg als haar ouders daar een oud kasteel kopen. Het kasteel krijgt een flinke opknapbeurt waarna het wordt ingericht als hotelaccommodatie. Een drukke tijd breekt aan. De hervormde opvoeding die Sabine krijgt, verdwijnt naar de achtergrond. Af en toe wordt er nog uit de Bijbel gelezen, een kerk ziet ze alleen met Kerst vanbinnen. Ondertussen maakt Sabine een moeilijke periode door. Vanaf haar kleuterjaren wordt ze op school erg gepest. "Het begon met trappen en slaan. Nou ja, daar kom je overheen, maar op een gegeven moment ontstond er op de hele school een vete tegen mij. Waarschijnlijk omdat ik èn Hollander was èn niet Rooms-Katholiek en omdat ik op een kasteel woonde. In hun ogen een arrogante Hollander dus.“
Omdat haar ouders altijd bezig waren met het werk rond het huis, kon ze thuis haar verhaal niet kwijt. Sabine trekt zich terug en gaat meer en meer haar eigen leven leiden.

Communie
"Op de lagere school werd de Rooms-katholieke leer er als het ware in gepompt. We gingen met de hele school naar een mis en dan moest je ook meedoen met de communie. Had je het brood in je mond, dan werd je verteld dat je het lichaam van Christus had opgegeten. Dan had je Hem in je en moest je een goed leven gaan leiden. Maar voor mijn gevoel kon ik Christus helemaal niet opeten. Hoe kunnen wij nu al die eeuwen Jezus eten? Dan zou Hij toch allang op moeten zijn? Ik snapte ook niet dat een mens zoveel waarde kan hechten aan een beeld en dat mensen kaarsjes branden zodat het goed met hen gaat. Toen ook de pastoor daar geen antwoord op kon geven, had voor mij dat geloof afgedaan. Achteraf zie ik daarin het werk van de Heilige Geest Die mij bewaarde voor die beïnvloeding.“

Wekker
Op de een of andere manier bleef God al die jaren toch trekken. Sabine hield een besef van Gods aanwezigheid. "Ik voelde wel dat er iets moest zijn, maar in welke vorm wist ik niet. Er waren momenten dat ik me zaterdags stellig voornam om naar de kerk te gaan, maar als dan zondags mijn wekker afliep, sliep ik liever nog even verder. En als ik besloot echt eens in de Bijbel te gaan lezen, kwam er altijd wel iets tussen. Ik heb toen ik 12 was een tijdje op een jeugdgroep gezeten van een hervormde kerk, echt met het verlangen om iets over God te horen. Die groep was wel gezellig, maar er zat weinig inhoud in. Er werd wel eens wat uit de Bijbel gelezen, maar als ik dan iets vroeg, zeiden ze dat ik zondag maar naar de preek moest komen luisteren. Maar wat had ik daaraan? Ik zat in de put, en wilde weten waarom God mij niet hielp.“

Angst voor de dood
Op de middelbare school gingen de pesterijen gewoon door. Sabine ging naar school en werkte na schooltijd in het bedrijf mee. Problemen schoof ze aan de kant en voor ziek-zijn was geen tijd. "Ik had altijd pijn en verdriet. Ik praatte met niemand en vond God onrechtvaardig en slecht dat ik zo’n leven moest leiden. Met zo’n God wilde ik niets te maken hebben. Ik dacht: ‘Als dit mijn leven moet zijn, ben ik het beu. Als ik sterf, zie ik Hem en zal ik Hem wel eens vertellen wat voor een rotwereld het hier is’. Zo’n gevoel had ik. Ik had geen zin meer in het leven. Vrienden had ik niet, iedereen was tegen mij, niets zat mee. Maar ik was – gelukkig! – te laf om iets met mijzelf te doen. Ik had een enorme angst voor de dood. Want àls er dan een God zou zijn, wat zou Hij dan zeggen?“

Zanggroep
Totdat op een zondag Sabines moeder plotseling opgenomen wordt in het ziekenhuis. "Ze was al een paar dagen niet zo lekker, maar die dag kon ze niet meer praten en lopen en ze herkende mij amper. De doktoren hadden de hoop al opgegeven, ze konden niets meer doen. Toen ik mijn moeder als een vaatdoek in bed zag liggen, werd ik zo boos. ‘Als dit een God is, Die de enige die nog iets om God geeft, zo hier neerlegt, dan is het voor mij afgelopen’. Ik ben toen heel hevig te keer gegaan tegen God en heb er van alles uitgegooid. En toen mijn moeder na een paar dagen weer een beetje aanspreekbaar was, heb ik het haar ook gevraagd: ‘Waarom doet die God van jou dit?’ Toen zei mijn moeder: ‘Ik ben blij dat Hij mij gepakt heeft, want ik kon dit dragen. Ik wist dat Hij mij zou helpen’. Ik begreep er toen niets van, maar nu zeg ik: ‘Ja, ik had die Steun niet gehad, ik was daar niet doorheen gekomen’.“

Jaarmarkt
Toen haar moeder weer thuis kwam, besloten de ouders van Sabine weer eens naar een gemeente te gaan. "Ik wilde wel mee, maar er was ook een jaarmarkt hier in het dorp waar ik graag naar toe wilde. Ik ben mee naar de kerk gegaan met het idee ‘als het niet bevalt, kan ik altijd nog terug’ en had met mijn ouders afgesproken dat zij mij na de dienst bij de markt zouden afzetten.“ Toen Sabine het kerkgebouw binnenliep, brak het zweet haar uit. Ze voelde zich niet goed worden en wilde het liefst weer terug. "Alles in mij ging te keer, om maar te zorgen dat ik niet die zaal binnenging, waar het Evangelie verkondigd zou worden. Maar ja, dan zou ik vijftien kilometer terug moeten lopen. Dus ik ging zitten met de gedachte dat ik er nooit meer terug zou komen. Toen begon de voorganger met zijn preek over ‘Wat is Jezus jou waard?’ ‘Helemaal niets’ dacht ik. Maar hij ging verder en vroeg of Jezus het waard is, dat je naar de bioscoop gaat en niet naar de Evangelieverkondiging komt. Of dat je naar een markt gaat om leuke dingen te kopen. ‘Hoe kan hij nu weten dat ik naar die markt toe wil?’, dacht ik. Want ik voelde me helemaal aangesproken, hij keek ook precies mijn kant op. Aan de ene kant voelde ik me bedreigd, maar aan de andere kant vond ik het ook wel prettig dat ik erop werd aangesproken. En ik hoorde hoe Jezus voor dertig zilverlingen werd verkocht en voor ons stierf. ‘Wat is Jezus jou dan waard, als Hij daar voor jou aan het kruis stierf’? En dat sloeg in. Want God stierf voor mij en ik ging op een markt prullen kopen waar ik na een week nooit meer naar zou kijken. Toen zag ik de betrekkelijkheid van de dingen in.“
Het was de eerste van heel veel keren dat Sabine in die gemeente kwam. En naar die markt hoefde ze niet meer.

Uitgestrekte hand
"In het begin snapte ik lang niet alles, omdat ik veel te weinig basiskennis had natuurlijk. Maar hoe meer ik naar die gemeente ging, hoe meer ik ervan hoorde en Gods liefde voelde. En ik hoorde God praten door de voorganger heen. Ik kreeg antwoorden op levensvragen, ging inzien wat ik God allemaal had aangedaan. Ik had tegen Hem aangetrapt, terwijl Hij daar met uitgestrekte hand stond om mij te helpen.
En natuurlijk vroeg ik me af waarom mijn leven er dan zo uit zag. Want dan is het toch logisch dat ik God de rug toekeerde. Maar ik kijk er van mijn kant tegenaan, terwijl ik het van Gods kant moet zien. Hij bleef trekken, Hij zocht mij, terwijl ik bleef weglopen.“
Door haar opleiding in de facilitaire dienstverlening en de liefde en stimulans van de mensen uit haar gemeente, heeft Sabine geleerd te praten. Stukje bij beetje ging ze praten en vertelde ze zelfs dingen over haar geloof, waardoor er ook gesprekken los kwamen. Ze heeft net een half jaar stage achter de rug in de kerkelijke gemeente, waar ze verschillende activiteiten op touw zette en hielp organiseren.
"Het is echt niet zo dat, nu ik Jezus ken, alles van een leien dakje gaat, want de stormen worden alleen maar zwaarder. Maar vroeger knokte ik alleen, nu sta ik met God en heb ik een stabiele Basis. Ik weet dat als ik nu bij wijze van spreken door een vrachtwagen overreden word, ik naar Huis ga. Het is erg voor de mensen die thuis blijven, maar ik ga naar Jezus toe, mijn enige Houvast.“

Tekst: Mirjam Hollebrandse

Doelmisser
Kees van den Boogaart, voorganger van Christengemeente De stem van de Goede Herder over Sabine:
"In de tijd dat ik Sabine ken, is ze enorm veranderd. Ze is van iemand die erg op haar zelf was, veranderd in iemand die diep ontwikkeld is op geestelijk gebied en haar talenten in dienst stelt van de Here. Ze verzet heel veel werk in de gemeente, leidt de tienerclub, en helpt mee met evangelisatieacties. Het werk van de Heilige Geest is in heel haar leven duidelijk waarneembaar. Ik ben dicht bij dat proces betrokken en het ontroert me erg, maar het gaat om Christus. Ze weet dat ze een doelmisser is, maar gered is door Jezus Christus en Zijn warmte en geborgenheid heeft geproefd.“

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons

Meer over