Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Soon Ok Lee overleefde 6 jaar strafkamp in Noord-Korea

in Nieuws

De Noord-Koreaanse vluchtelinge Soon Ok Lee (56) werd in 1985 door de autoriteiten in haar land vals beschuldigd en vervolgens zeven jaar 'heropgevoed'. In het strafkamp waar ze terechtkwam, leerde ze God kennen. Hoewel het haar grote moeite kost te vertellen over de vreselijke dingen die ze heeft gezien en meegemaakt, ziet ze het als haar taak te vertellen over 'de dieren zonder staart'.

Op het eerste gezicht lijkt Lee een rustige, bijna emotieloze vrouw. Ze woont met haar zoon in de VS, waar ze asiel heeft aangevraagd. Haar toon is rustig en bijna monotoon. Terwijl haar zoon de vragen en antwoorden in het Engels vertaalt, kijkt ze enigszins verveeld om haar heen. Dat verandert zodra ze over haar leven in Noord-Korea begint te vertellen. Het kabbelende beekje dat haar woordenstroom eerst was, ontaardt in een stortvloed. Met glinsterend vocht in haar ogen blijft ze twintig minuten lang onafgebroken spreken. Ze vertelt over haar geloof in de Partij en de ‘Grote Leider’ Kim Il Sung, over de martelingen, haar onverwachte vrijlating, de vergeten mensen van Noord-Korea en haar ontmoeting met God.

Noord-Korea heeft tientallen strafkampen, blijkt uit een dit najaar uitgebracht rapport van het Amerikaanse Comité voor Mensenrechten in Noord-Korea. Op de vervolgingsindex van Open Doors, een stichting die zich inzet voor vervolgde christenen, neemt het land de eerste plaats in. Christenen kunnen zonder pardon naar de gevangenis worden gestuurd en tewerkgesteld. 

‘Dieren zonder staart’. Zo noemt Soon Ok Lee de gevangenen in deze zogenaamde heropvoedingskampen van Noord-Korea. „De eerste woorden die ik hoorde in de gevangenis waren schokkend. De luitenant zei tegen mij: ‘Als je hier wilt overleven, moet je het idee dat je mens bent uit je hoofd zetten’. Ik was geen mens meer, maar een dier. Een dier zonder staart.“

Valse beschuldigingen
Soon Ok Lee was lid van een vooraanstaande familie en leidde een handelsdistributiecentrum. Ze was een toegewijd lid van de Communistische Partij. In 1985 werd ze als zondebok aangewezen in een corruptieschandaal en gearresteerd door de Openbare Veiligheidsdienst. „Ik vond het erg dat ik werd opgepakt, terwijl ik jarenlang trouwe dienst had verricht en niets had gedaan. Ik voelde me afgewezen. Veertien maanden lang probeerden ze me tot een valse bekentenis te dwingen. Ik onderging vreselijke martelingen en kreeg nauwelijks eten. Maar ik gaf niet toe, omdat ze dan ook mijn familie zouden straffen. Het is in Noord-Korea beleid om ook families van politieke dissidenten te straffen. Pas toen ze beloofden mijn man en zoon met rust te laten, heb ik de verklaring ondertekend.“
Volgens Lee trok ze tijdens het proces haar verklaring weer in, maar mocht ze verder geen weerwoord geven. Ze werd veroordeeld tot dertien jaar opsluiting in het heropvoedingskamp Khechen. Daar bleek dat de veertien maanden pijnlijke ondervraging slechts een voorproefje waren geweest. Opnieuw kreeg ze te maken met vreselijke martelingen. De gevangenen moesten 18 tot 20 uur per dag werken. Iedereen moest een bepaalde hoeveelheid productie halen. Wie zijn dagelijkse quotum niet bereikte, zag zijn voedselrantsoen gehalveerd tot vijftig gram per dag. Zwangere vrouwen mochten hun kinderen niet levend ter wereld brengen. Met pijnlijk gif wekten de gevangenbewaarders een miskraam op. Levende baby’s werden doodgetrapt. Veel gevangenen kwamen om door ‘schoktherapie’, waarbij ze met elektrische schokken werden doodgemarteld.

Met trillende stem vertelt Lee over haar ervaringen in de gevangenis. De film speelt opnieuw voor haar ogen. „Ik heb vrouwen gezien die waren opgesloten, alleen omdat ze voedsel wilden halen voor hun hongerige kinderen. Ze waren in het veld op zoek toen ze werden gesnapt door de politie. De moeders vroegen: ‘Hoe kunnen jullie onze kinderen laten verhongeren?’ Ze werden vervolgens opgesloten. In Noord-Korea moet iedereen gewoon gehoorzaam zijn.“

Ontmoeting met God
In het kamp had Soon Ok Lee haar eerste ontmoeting met God, al had ze dat toen zelf nog niet door. „Er was een groep van zo’n 140 psychisch gestoorde mensen. Tenminste, zo noemden de bewakers hen. Ze moesten de hele dag met gebogen rug lopen en mochten niet naar de hemel kijken. In Noord-Korea wordt niet over God gesproken, maar over de hemel. Deze mensen vereerden God in plaats van Kim Il Sung en waren daarom gevangen gezet. De christelijke gelovigen werden het hardst aangepakt, het zwaarst gemarteld en kregen de gevaarlijkste baantjes. Ik begreep deze mensen niet. Het leven was zo moeilijk daar en toch bleven ze goed gemutst. Bewakers werden aangemoedigd er alles aan te doen zodat ze hun geloof zouden opgeven. Toch verloochenden zij hun geloof niet. Nooit zeiden zij: ‘Jezus bestaat niet’. Zelfs met de dood in de ogen bleven zij hun Heer aanroepen. Ik heb zelfs gezien dat ze elkaars handen vastpakten en begonnen te zingen. Ik had in het kamp nog nooit mensen horen zingen. Er klonk zoveel vreugde uit. De bewakers stapten over deze mensen heen en trapten ze kapot. Dat tafereel zal ik nooit vergeten.“

Soon Ok Lee keek ook zelf de dood meerdere malen in de ogen. Enkele keren werd ze ziek, maar herstelde ze wonderbaarlijk. Zes jaar na haar aankomst in het kamp was niemand van haar begintijd nog in leven. In 1992 leek het leven van Lee ten einde. Alle zesduizend gevangenen van het kamp moesten voor appèl aantreden. Toen de naam van Lee werd omgeroepen, schoot door haar heen dat ze zou worden geëxecuteerd. „Ik dacht: wat heb ik gedaan dat ze mij nu vermoorden? Maar het liep anders. De directeur zei dat als alle gevangenen zo goed werkten als ik, ze ook vrijgelaten zouden worden. Kim Il Sung had mij als eerste gevangene in dertig jaar gratie verleend. Toen begreep ik niet waarom. Nu zie ik daar de hand van God in. Alle gevangenen keken mij aan. Inclusief de 140 christenen, die een zware straf konden krijgen als ze hun hoofd niet gebogen hadden. Hun ogen zeiden dat ik hun verhaal moest vertellen aan de wereld.“

Gevlucht
Na haar vrijlating overtuigde ze haar zoon Dong Chel ervan met haar te vluchten. Haar man was vermist en is vermoedelijk gestorven in een gevangenis. Dong Chel en zijn moeder luisterden ‘s nachts stiekem naar Zuid-Koreaanse radiostations. „We kwamen vaak bij een christelijke zender uit. Ik weet zeker dat God onze vingers stuurde op dat moment.“ 

Ze wachtten tot de grensrivier de Tumen tussen China en Noord-Korea was bevroren en staken die uiteindelijk over. De vlucht naar de vrijheid zat boordevol problemen en kleine wonderen. Vaak zaten ze zonder geld, onderdak en eten. Toch slaagden ze erin via een ambassade - welke wil Lee niet zeggen - naar Hongkong (toen nog in Britse handen) en vervolgens Zuid-Korea te vluchten. In 1995, één jaar en tien maanden nadat ze de Tumen overstaken, kwamen Soon Ok Lee en Dong Chel aan in Zuid-Korea.

Daar ontmoetten beide vluchtelingen verschillende christenen en kozen ze definitief voor Jezus. „Het leek wel alsof één van de voorgangers alleen tegen mij sprak toen hij zei: ‘Als je een goed leven wilt hebben, moet je in de Bijbel lezen’. Ik was nieuwsgierig en egoïstisch. Ik wilde een goed leven leiden en las bijna de hele dag in de Schrift. Pas toen voelde ik dat een macht buiten mij me voortdurend had gestuurd en beschermd. Eerst zocht ik naar materiële zegeningen. Later begreep ik beter wat werd bedoeld met een rijk leven hebben.“

Om haar getuigenis wereldwijd bekend te maken, schreef ze het boek Eyes of tailless animals, dat in 2003 in Nederland is uitgebracht onder de titel Zij mogen de hemel niet zien. Aanvankelijk zou ze zelf 1 november van dat jaar het boek presenteren in Barneveld op de jaarlijkse Open Doors Dag. „Het speet me enorm dat ik daar niet bij kon zijn. Open Doors doet veel goed werk voor de christenen in mijn land.“

Soon Ok Lee kan de ‘dieren zonder staart’ niet vergeten. In 1994 overleed Kim Il Sung, maar het bewind van zijn zoon Kim Jong Il is minstens even erg. De christenvervolging is niet afgenomen. Ze roept alle christenen waar ook ter wereld op te bidden voor Noord-Korea. Ze grijpt elke gelegenheid aan over de situatie in haar land te vertellen. „Vooral in kerken. Veel mensen denken dat het Evangelie niet in Noord-Korea te brengen is. Dat kan wel. Door te bidden. Ik hoop dat in Nederland en andere plaatsen op de wereld veel gebedssamenkomsten worden gehouden voor de vergeten mensen van Noord-Korea. We moeten bidden voor de vrijlating van hen in de gevangenis, bidden dat God het hart van Kim Jong Il zal veranderen en bidden voor de vluchtelingen.“

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons