Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Prof. W.H. Velema: 'Ik dring bij jongeren aan op een radicale keus'

in Geloven

„Als mijn preek goed is, merkt Philips het.“ Zo gaf de Christelijke Gereformeerde prof. W.H. Velema (73) in de jaren dat hij de gemeente van Eindhoven diende, enigszins speels en pretentieus zijn gemeente een handvat om zijn preken te beoordelen. De taart van de verjaardag van Velema’s ambttperiode telde onlangs 50 kaarsjes.

Velema’s leven staat de laatste jaren in het teken van zelfopoffering. De verzorging van zijn vrouw slokt de meeste tijd op. Zijn passie voor het preken is gebleven.

„Ik moet veel van mijn vroegere werk laten liggen,“ zegt Velema spijtig als hij terugblikt op de arbeidzame achterliggende jaren. Het dagelijks leven wordt al enige tijd niet meer helemaal bepaald door preken, hoogleraar-zijn en boeken schrijven. Zes jaar geleden deed de gezondheid van zijn vrouw door een herseninfarct een grote stap achteruit. Sindsdien staat de agenda in het teken van de verzorging van zijn vrouw. „Ik preek nog wekelijks en houd soms een lezing. Op een andere manier voel ik me even nuttig. Ik voel dat dit mijn taak is en dat ik daarvoor andere dingen moet laten schieten. Het is wel een offer dat ik moet brengen.“
Velema, 2500 preken achter de rug, zegt zich nooit heel nuttig gevoeld te hebben. Verplichte bescheidenheid? „Nee, zo ervaar ik het echt. Het blijkt wel dat de Here mijn werk gebruikt heeft en daar ben ik heel dankbaar voor. Ik ben nooit uit geweest op successen of aanbidding van mensen. Dat past je niet als dienaar. Het is wel heerlijk als mensen zeggen dat ze iets aan je preken gehad hebben.“

Vier typen
Na alle kanselwoorden valt het Velema niet moeilijk „twee voorname punten“ te noemen die zorgen dat een preek landt. „Het Woord moet opengaan en de mensen moeten hun zorgen, zonden, noden, moeiten en blijdschap in een preek herkennen.“ Velema had in zijn studeerkamer daarom altijd „vier typen mensen rondlopen.“ Een vader of moeder van een gezin, een jongen of meisje van 17 die vragen heeft bij het Evangelie, een oma van tachtig die met de dood bezig is en een ongehuwd iemand die het leven niet zo gemakkelijk met een ander kan delen. Een preek is dus iets anders dan een aantal teksten en zegswijzen in een bepaalde volgorde herhalen.“

‘Je moet het Woord het Woord laten’, menen veel predikanten, waarna het er vervolgens niet meer toe doet hoe of wat ze preken. En of het ‘nieuw’ is, is dan ook niet belangrijk’....
„Ik heb de indruk dat er een aantal predikanten is dat dit te gemakkelijk zegt. Als het goed is, wil elke predikant het Woord het Woord laten. Maar je moet het Woord ook in Zijn geestelijke kracht naar de mensen brengen en de overtuiging hebben dat je het vertolkt zoals de Here het op dat moment van je vraagt. Preken is worstelen met de vier typen die in hun situatie in deze tijd staan. Ik heb nogal eens gepreekt over Mattheüs 16 vers 24. ‘Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij’. Dat is in mijn leven een essentiële tekst geworden. Wat betekent het om 17 te zijn en jezelf te verloochenen? Of als je vader en moeder bent, of vrouw van tachtig zonder zekerheid van het geloof en wat is de betekenis van deze tekst als je alleen gebleven bent? Als je als christen van deze tekst praktijk probeert te maken, heb je veel meer vrede in welke fase van je leven je ook verkeert.“

Strategie
Volgens Velema dragen contacten en relaties van een predikant met de gemeente meer gezag weg dan het hebben van titels. „De titels tellen nog minder dan vroeger. Gemeenteleden moeten weten dat hun predikant geïnteresseerd is in hun voor- en tegenspoed. Als de verkering van iemand uit is, zou ik vragen of zo’n jongen even bij me zou willen komen. En als iemand geslaagd zou zijn, zou ik er ook even heengaan. Toen mijn vrouw en ik gingen kennismaken met onze gemeente, vroeg ik als eerste waar men vandaan kwam en hoe hun leven geleid was. Als je dat bij de eerste kennismaking te horen krijgt, vergeet je het niet meer. En mensen die kritiek hadden of liever niet wilden dat je kwam, bezocht ik het liefst het eerst. Daar zijn heel fijne contacten uit gegroeid. Haha! Ik zie dat als pastorale strategie.“

Middenweg
En als het over strategie gaat: Velema geeft met lezingen altijd de voorkeur aan jongeren. „Daar is interactie en een duidelijke probleemstelling voor nodig. Ik heb veel gesproken op reformatorische scholen. De laatste jaren zijn de discussies daar boeiender geworden. Ik had er mijn handen vol aan. De traditionele vragen zijn aan het verdwijnen, maar de onzekerheid over de uniciteit van het christelijk geloof neemt toe. Het gevoel krijgt steeds meer gezag naast de Schrift.“

Meer praktijk dan theorie dus. Dat is moeilijk voor een dominee...
„Haha. Als je bedoelt dat een dominee gemakkelijker met het tweede omgaat... Zeker, de theorie is het bekende straatje. Ik dring bij die jongeren aan op een radicale keus, want het is voor jongeren tegenwoordig veel moeilijker dan vroeger om een soort middenweg te bewandelen. Jongeren komen in een zeef waar ze in blijven of door zullen vallen. Daarom is het belangrijk dat predikanten echt belangstelling hebben voor hun vragen. Wat leeft er in je? Waar zit je mee? Dus dat je geen schema oplegt hoe het moet en hoort, maar dat je weet en inspeelt op wat er onder jongeren leeft. Maar ik onderschat ook de verleidingen voor ouderen niet. Niemand is zo ouderwets als de duivel. De gevaren zijn voor hen in principe even groot. Gewenning, verharding en denken het allemaal wel te weten.“

Bij kritiek op de prediking vluchten dominees wel eens in de uitspraak: ‘Ik wens niemand te verkondigen dan Jezus Christus en Die gekruisigd’.
„Ja, maar in elke tekst komt het heil van Christus en daarmee Zijn persoon op een andere manier naar buiten. Ik stel er prijs op dat de Here Jezus duidelijk genoemd wordt, maar in de ene tekst kan dat gemakkelijker dan in de andere. Elke tekst belicht een ander aspect van de boodschap en die moet landen in het leven van de luisteraars. Daarvoor is meer dan studie nodig. Als je een tekst ‘gekregen’ hebt, is de tweede vraag hoe je deze kunt toepassen in het leven van de mensen of omgekeerd. Daar zit dynamiek in. Daarom vind ik een oude preek minder bruikbaar. Van jongsaf is mijn instelling geweest om met iets vers op stap te gaan. Ik maak dan ook elke week een nieuwe preek, terwijl ik er 2500 heb liggen. Gewoon om iets nieuws te hebben, zodat het ook voor jezelf fris en vers is.“

Velema voelt zich betrokken op de gereformeerde gezindte, de sociologische stroming waaronder ook de Christelijke Gereformeerde Kerken vallen. Zijn er nog onoverkomelijke en niet op catechisaties aangeleerde tegenstellingen tussen de verschillende kerkverbanden in die gezindte? „Ik noem het liever accenten en soms ook verschillen, die toch diep ingrijpend kunnen zijn. Ik ben drie dagen psychisch en fysiek akelig geweest van de inhoud van het boek van dr. K. van der Zwaag, Afwachten of verwachten. Ik werd wanhopig van de problematiek die daarin aan de orde komt, namelijk dat de beloften van het verbond alleen voor de uitverkorenen zijn. Een hardnekkig standpunt. Het idee is dat je eerst langs een andere weg moet weten of je uitverkoren bent. Ik word zo bedroefd over mensen die zo in de kerk moeten zitten en alleen maar de boodschap krijgen dat ze via een bepaalde weg van ervaring tot verootmoediging kunnen komen en tot bekering. Langs die weg weet je dan dat je uitverkoren bent en dan mag je de beloften voor waar houden. Toen ik het las, voelde ik mij ook in mijn ambtelijke werk gepakt. Als dat namelijk waar is, moet het ook in de Christelijke Gereformeerde Kerken waar zijn. De drie moeilijke dagen werden in een klap afgesloten door 2 Kor. 1 vers 20: ‘Want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het amen’. Dit is voor mij het bewijs dat het niet waar is. De motivatie om zo te preken, kan ik daarom niet volgen. Mij zou de lust tot preken vergaan. Ik heb met de mensen te doen die hiermee zitten. Het gaat me aan het hart, want het doet Gods eer en de waarachtigheid van Zijn beloften tekort. Ik wijs juist zo graag op de betrouwbaarheid van Gods beloften voor een ieder. Ik heb de zondag na die moeilijke week dan ook over 2 Kor. 1 gepreekt.“

Groei
„Ik denk dat er in de gereformeerde gezindte te weinig oog is voor en behoefte aan geloofsgroei. Door lezingen in de loop van de jaren heb ik het duidelijk aan de orde gesteld. Predikanten zouden er veel meer op uit moeten zijn hun gemeente te begeleiden in het groeien. Dan moet je de leden echt kennen en ook hun drempels tot groei. Ik heb de indruk dat sommigen Paulus’ tekst dat men het goede dat men wil juist niet doet, vaak als dekmantel gebruiken voor het niet kunnen groeien. Een goede preek bevat volgens mij een aspect van vernedering van de mens ten opzichte van de heilige God, omdat hij maar altijd tekort schiet, maar dat onder een positieve boodschap. Elke kerkganger moet de kerk uit kunnen gaan met uitzicht, met een weg uit de schuld en nood. Daarbij geloof ik niet dat de drieslag ellende, verlossing en dankbaarheid die de Catechismus als onderdelen van bekering geeft, fungeren als afgebakende of chronologische eenheden. Het zijn aspecten van het heil die bij de verkondiging aan de orde komen, geen aparte stadia. Wat de een van voren leert, leert de ander van achter. Ik heb dat in mijn jeugd van een oude broeder geleerd.“

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons