Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Predikanten met problemen

in Nieuws

Minstens tien procent van de predikanten en voorgangers in ons land heeft te kampen met problemen. Dat kan variëren van spanning en conflicten tot losmaking toe. Er zijn zelfs deputaatschappen ingesteld voor ambtsbeëindiging en losmaking. Veel dominees zoeken professionele hulp. Maar is er wat aan te doen?

Vroeger genoot een dominee een bijna onaantastbaar gezag. Hij werd door zijn gemeenteleden vaak op handen gedragen en op een voetstuk gezet. Maar de tijd van ‘de kleyne luyden’ is voorbij. Gemeenteleden zijn tegenwoordig goed opgeleid. In de kerkenraad zitten vaak academisch geschoolde mensen en zij beoordelen de dominee op zijn functioneren in plaats van uitsluitend op zijn ‘ligging’.

Ds. H.J. Oortgiesen is teamleider van het bureau begeleiding predikanten van de SoW-kerken en heeft in die functie veel met problemen en losmakingen te maken. Zijn blik reikt van predikanten uit de richting van het Gekrookte Riet tot uit de vrijzinnige hoek. Hij denkt dat veel problemen worden veroorzaakt door de devaluatie van het ambt en de toegenomen mondigheid van kerkgangers. De dominee lijkt soms wel een werknemer in dienst van de kerkenraad.
„Vroeger droeg het ambt de predikant. Nu draagt de predikant het ambt. Ondanks de toegenomen aandacht voor de problemen, hebben de theologische opleidingen nog niet voldoende aandacht voor de meest eenvoudige communicatieve en sociale vaardigheden.“

Dat zijn inderdaad belangrijke gereedschappen in het omgaan met mensen. Want een predikant doet bijna niet anders. Zijn taak bestaat uit studeren, preken maken, preken, catechiseren, huisbezoek doen, ziekenbezoek doen, organiseren, kerkenraadsvergaderingen voorzitten, bijeenkomsten leiden, crisispastoraat doen (denk aan echtscheidingen enzovoort!), begrafenissen en trouwerijen leiden, classisvergaderingen bijwonen, in commissies zitten en stukjes schrijven voor kerkbladen. En als het even kan, ook nog vader en echtgenoot zijn. Dat vraagt haast om problemen en spanningen.

Hulp
Behalve door de werkdruk, die dikwijls leidt tot stress en burnout, kunnen problemen escaleren als de predikant of voorganger in conflictsituaties terechtkomt. Hoop is er wanneer een predikant met zijn problemen professionele hulp zoekt. Drs. Kees Roest is psycholoog bij Eleos, de instelling voor gereformeerde geestelijke gezondheidszorg. Hij heeft tientallen predikanten behandeld en denkt dat de problemen de laatste tijd behoorlijk zijn toegenomen.

"Het leven van een predikant is complexer geworden. De druk neemt toe. De toename van het aantal hulpvragen heeft ook te maken met de groter wordende openheid onder predikanten om problemen onder ogen te zien. Het is geen taboe meer om als predikant naar een psycholoog te gaan."

Volgens Roest is stress het meest voorkomende probleem, uitmondend in overspanning of bij zeer langdurige stress in burnout. "Daar gaat heel veel aan vooraf. Dat begint bijvoorbeeld met spanning als gevolg van conflicten die zich in gemeenten voordoen. Denk aan de dynamiek in een gemeente rond veranderingen, die een bepaald deel van de gemeente wel wenst en een ander deel niet. Dat kan erg lastig hanteerbaar zijn.

Het aantal poorten naar een predikant is ook toegenomen. Vroeger waren er de telefoon en de voordeur, daar zijn de mobiele telefoon en email bijgekomen. Hij wordt van alle kanten belaagd. En dat niet gedurende kantoortijden, maar zeven maal 24 uur, het hele jaar door. Anders dan bij hulpverleners het geval is, hebben gemeenteleden het idee dat de predikant er voor hen dag en nacht moet zijn. Er zijn mensen die niet eens een afspraak maken met de dominee, maar gewoon naar de pastorie toegaan en aanbellen voor een gesprek. Ze verwachten dat de dominee op dat moment tijd voor ze maakt."

Mondigheid
Roest vindt de werkdruk van een predikant erg hoog. "Tussen alle zaken die van buitenaf tot hem komen, moet hij zorgen voor preken en alle andere vaste taken. Het is een kunst om dat in een goed schema te gieten, zodat er ook nog wat ruimte is voor onvoorziene zaken en om tot rust te komen." Net als ds. Oortgiesen denkt ook Kees Roest dat het ambt van predikant gedevalueerd is en de mondigheid van gemeenteleden is toegenomen. "In de kerkenraad zitten vaak mensen die hun aanpak vanuit het bedrijfsleven meenemen in de benadering van hun predikant. Er worden functioneringsgesprekken georganiseerd en er moeten meetmomenten en criteria opgesteld worden waaraan de predikant moet voldoen. Catechisaties worden geëvalueerd en gerapporteerd... Volstrekt anders dan vroeger. Je kunt het vergelijken met een huisarts. Die heeft het ook niet altijd makkelijk met zijn mondige patiënten. Daarbij speelt ook het gevoel een rol. Als predikant merk je dat mensen niet makkelijk meer iets van je aannemen, wat niet strookt met hoe zij het voelen."

Leeftijdsfasen
Om de problemen wat in schema te brengen, maakt de psycholoog onderscheid in leeftijdsfasen van een predikant. "Ik merk verschil in de problematiek van jonge predikanten, die van middelbare leeftijd en van oudere. Jonge predikanten lopen aan tegen het zich moeten handhaven in een sociaal krachtenveld. In de gemeenten spelen vaak allerlei grote of kleine conflicten en die vragen om heel veel sociale vaardigheid om daar behendig in te manoeuvreren. Vooral gevoelige, sociaal gerichte predikanten hebben last van kritiek en willen het iedereen naar de zin maken. Bij predikanten uit de middengroep is het vooral de enorme werkdruk.

Als je vijftien of twintig jaar predikant bent, is er vaak al zoveel bestuurlijk werk in commissies bijgekomen, dat het de spuigaten uitloopt. Hoe is het nog enigszins beheersbaar? Daarbij hebben zij vaak een gezin met opgroeiende kinderen die ook moeite kunnen hebben met het continubedrijf van de pastorie. De problematiek van echtgenotes wordt ook nogal eens onderbelicht. Die kunnen het best wel moeilijk hebben in de pastorie, wat de druk op de predikant nog eens extra verzwaart.

De oudere predikanten hebben vaak moeite met de constante vernieuwing die in gemeenten gaande is. Ze kunnen dat op een gegeven moment niet meer meemaken. Ze zijn al zo vaak ‘omgegaan’ en hebben al zo veel bijgesteld. Dan wordt het wel eens te veel van het goede. Plus dat zij in toenemende mate te maken krijgen met somatische gezondheidsproblemen, zoals hartinfarcten en hoge bloeddruk. Dat gaat z’n tol eisen. Ze zijn vaak nog meer beladen dan vroeger en hun lichamelijke conditie neemt af. Dan komen ze op een punt dat ze onderuit gaan."

Roeping
Het zich door God geroepen weten, houdt predikanten en voorgangers vaak nog op de been. Alleen is hun vraag: Hoe maak ik mijn roeping waar? Er zijn ook predikanten die stoppen met hun werk. Vooral in de Gereformeerde Kerken stappen predikanten de laatste tijd nogal eens over naar bedrijfsleven of onderwijs. Roest: "Maar ik zie vooral de worsteling: Hoe maak ik het waar dat ik overeind blijf? Hoe stel ik grenzen? Hoe baken ik mezelf af? Kan ik het maken om een spreekuur in te stellen? Kan ik het maken om een antwoordapparaat aan te zetten? Hoe open moet de pastorie zijn? Ik denk dat er de laatste tijd in de opleiding veel meer aandacht voor dit soort problemen is. Meer dan vroeger. Conflicthantering, psychologie, ‘Hoe kijk ik tegen moeilijke mensen aan?’, didactiek met het oog op catechisatie. Dat is wel sterk aan het verbeteren. Bijscholing is ook een manier om kennis bij te spijkeren. Daar ontbreekt de tijd dan weer voor, terwijl dat precies het werk lichter zou kunnen maken."

Veel problemen komen uit de gemeente voort, maar het kan ook aan de predikant zelf liggen. Roest: "Dat komt zeker voor. Hij mist dan een stuk flexibiliteit of heeft onvoldoende contact met het gewone leven, zodat hij in zijn preken niet ‘overkomt’. Hij is puur geestelijk bezig en staat te ver van de praktijk van het leven vandaan. Of iemand die zichzelf te hoge eisen stelt, bijvoorbeeld met het maken van een preek. Hij heeft er geen tien uur voor nodig, maar twintig uur en is nog niet tevreden. Dan kijken we eens hoe dat perfectionisme wat verdund kan worden en hoe hij met wat ‘minder’ genoegen kan nemen."

Tot nog toe heeft Roest het over predikanten die vinden dat ze professionele hulp nodig hebben. Maar er zijn ook predikanten die er niet over piekeren om hulp te zoeken, omdat hun probleem ‘aan anderen ligt’. "Zij zijn overtuigd van hun kwaliteiten. Dan krijgen we hier zijn gemeenteleden die vastlopen op hun predikant."

Structuur
De hulpverlener probeert het werk van de predikant wat te relativeren en er structuur in aan te brengen. "Wij stellen – als voorbeeld – bij een hulpvraag vooraf vast hoeveel gesprekken van hoe lang we met iemand hebben. Bijvoorbeeld tien gesprekken van drie kwartier. Dat wordt netjes gepland in de agenda. Dat is volkomen anders dan wanneer je als predikant contact hebt met een gemeentelid dat problemen heeft. Dan gebeurt het wel dat een predikant er zo maar twee uur voor uittrekt. Maar het effect van twee uur praten is niet meer dan een gesprek van drie kwartier. Gemeenteleden die er bij een predikant al een traject op hebben zitten, zijn op een gegeven moment haast verontwaardigd als hij zegt geen tijd meer te hebben. Er is wat dat betreft gebrek aan structuur. Dat geeft hem weer een gevoel van tekortschieten. Je kunt als predikant ontzettend veel energie besteden aan gemeenteleden, maar toch steeds het gevoel houden dat je te weinig doet.

Er kan ook veel meer gedelegeerd worden, zoals een deel van de catechisatie en het afleggen van bezoeken tot en met het voorzitten van kerkenraadsvergaderingen. Dat kan ook door anderen gedaan worden. Daar is over het algemeen wel over te praten. Sommigen hebben er moeite mee om dingen los te laten. Maar delegeren moet je leren. Net als Mozes. Het is ook goed als een predikant een dag per week vrij neemt om heel andere dingen te doen."

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons