Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Lans Bovenberg: ‘God is een heel goede Econoom’

in Geloven

Prof. dr. Lans Bovenberg (45) is Neerlands meest geciteerde econoom. Hij mengt zich sterk in het maatschappelijke en politieke debat en gelooft er heilig in dat Gods normen de economie ten goede komen. „God is een heel goede Econoom.“

Het is een hectische tijd voor Bovenberg. De tijd van de Algemene Beschouwingen en de Miljoenennota. Voor de hoogleraar Algemene Economie aan de Universiteit van Tilburg reden om zich te mengen in de losgebarsten politieke discussies. Maar niet als politicus. Hij wijst op een opiniestuk van zijn hand in de Volkskrant van die dag. Daarin betoogt hij dat veel van de pijnlijke maatregelen van het kabinet Balkenende, alhoewel ze beter in de vette jaren door paars genomen hadden kunnen worden, moedig zijn. Ze beginnen het fundament te leggen voor duurzame solidariteit met de meest kwetsbaren en voor een gezonde economie waarin meer in mensen wordt geïnvesteerd. Reden genoeg om hem vanavond in B&W uit te nodigen, zal de redactie van het televisieprogramma hebben gedacht.
„Ik ben een econoom die zich graag in het maatschappelijk debat mengt. Als universitair econoom heb je ook een maatschappelijke taak. Je wordt immers uiteindelijk door de belastingbetalers betaald. De taak van de wetenschap is daarom ook om als een soort onafhankelijk podium de politiek te beoordelen. Dat dient de checks en balances in onze samenleving.“

Balkenende
De betiteling ‘adviseur van Balkenende’ noemt hij overdreven. „Ik heb wel veel geproken met Balkenende toen hij nog financieel woordvoerder was en nog bijna niemand hem kende.“ CDA-econoom is ook al geen goede benaming, al voelt hij zich het meest thuis bij het gedachtegoed van deze partij. „Ik heb daar vanwege twee redenen een hekel aan. Ten eerste omdat het CDA er last van heeft als ik een mening vertolk die niet strookt met de partijlijn. Ten tweede omdat ik als wetenschapper graag onafhankelijk blijf. Het gaat mij primair om het ontwikkelen van een langetermijnvisie en de inhoud en niet om het partijpolitieke gekrakeel. Ik doe wel werk voor het wetenschappelijk instituut van het CDA. Dat sijpelt op den duur best wel door naar de politiek,“ zegt de in alles zeer bescheiden hoogleraar.
Op tafel ligt een stapel artikelen uit kranten en twee artikelen van zo’n dertig pagina’s die hij schreef voor The Economist. Bovenberg wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke economen van Nederland, juist omdat hij veel schrijft. Niet voor niets is hij een van de winnaars van de Spinozapremie. Onder andere voor zijn economische modellen voor milieu en belastingen en de combinatie van beide. Een ander specialisme van de Tilburgse econoom is het gebied van ouderen, vergrijzing en pensioenen.

Langer werken
Gaandeweg het gesprek gaat Bovenberg over op het geven van een soort college over vergrijzing en toont hij een staaltje van zijn originele, door bijbelse waarden geïnspireerde inzichten. „Kijk, de vergrijzing wordt vaak gezien als een bedreiging. Ik zie het meer als een kans. Vergrijzing is er vooral omdat we langer gezond leven. Dat is alleen maar positief, zou je zeggen; ons menselijk kapitaal gaat hier op aarde steeds langer mee. De reden dat het een probleem is, komt omdat we niet alleen blijven vasthouden aan de pensioenleeftijd van 65, maar ook nog eens vroeger stoppen met werken. We proppen arbeid steeds meer in de periode van ons leven dat we, vanwege biologische redenen, onze kinderen opvoeden. Omdat ik geloof dat het investeren in de jeugd binnen het gezin heel erg belangrijk is, vind ik dat een gevaarlijke ontwikkeling. Als dat zo doorgaat, komt de middengeneratie, ook wel de spitsuurgeneratie genoemd, te veel onder druk te staan. Die hebben dan te weinig tijd en energie om in de kinderen te investeren en het leven door te geven. Ook blijft er dan te weinig tijd over voor vrijwilligerswerk. Dat wordt nu te veel alleen door vutters gedaan. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat alle generaties actief zijn in het kerkelijk werk.“
Langer werken dus, adviseert de hoogleraar, om zo in dat langere leven zowel opvoeding, vrijwilligerswerk, als carrière een plaats te geven. „Uiteindelijk zal ook de AOW-leeftijd gekoppeld moeten worden aan de gemiddelde levensverwachting om arbeid beter over de levensloop te spreiden.
Ik geloof heel sterk in de kracht van goede ideeën. Zo’n idee als het beter spreiden van werk over de levensloop wordt nu ook opgepikt in de politiek en het is natuurlijk bevredigend dat je daar een heel klein steentje aan hebt bijgedragen.“

Vijfde gebod
Bovenberg, opgegroeid in de Gereformeerde Kerken en nu evangelischer georiënteerd, gelooft dat Gods normen, de Tien Geboden, heilzaam zijn voor economie en maatschappij. Hij laat dat ook in zijn publicaties merken. Hij geeft een voorbeeld aan de hand van het vijfde gebod. „In de Bijbel staat dat je goed voor je kinderen moet zorgen en dat je in hen moet investeren door het doorgeven van normen en waarden. Maar als kinderen moet je ook je ouders eren en praktisch bijstaan in hun laatste levensfase. Ik noem dat in economische termen een intergenerationeel contract. Dat is eigenlijk iets heel bijbels, maar ook economisch is het erg efficiënt. Alle generaties worden namelijk beter van deze ruil. Dat is iets wat consistent is met de Bijbel en dat is ook logisch. God is een heel goede Econoom. Hij heeft dit allemaal in de Tien Geboden opgeschreven. Alleen moet je dat nu in de moderne tijd weer op een nieuwe manier invullen die bij deze tijd past, bijvoorbeeld op het punt van de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw.“

Het christelijke geloof doet er toe, is de overtuiging van Bovenberg. Maar hij weet dat hij dat in zijn rol als wetenschapper moeilijk kan bewijzen. „Via de wetenschappelijke methode zul je nooit iemand tot het geloof brengen. Dat blijft de taak van de Heilige Geest. Het verstand en de wetenschap kennen hun grenzen. Dat is volgens mij een heel diep besef van elke christelijke wetenschapper. God heeft ons het verstand gegeven en het is iets heel goeds, zeker als het onder de heerschappij van God staat. Maar het brengt ons niet het heil en we zullen ook nooit alles kunnen begrijpen. Ik geloof ook zeker niet dat het geloof antirationeel is. Je kunt het geloof wel aannemelijk maken. De Bijbel zegt bijvoorbeeld dat de mens niet volledig rationeel is, maar juist vaak fouten maakt. Als blijkt uit experimenten dat mensen inderdaad systematische fouten maken, dan maak je de Bijbel in zekere zin aannemelijk.“

Christenen kunnen volgens Bovenberg goede wetenschappers zijn, omdat ze bestaande theorieën kunnen relativeren en open staan voor alternatieve theorieën. „Ik ben helemaal niet zo getrouwd met al die theorieën. Dat is uiteindelijk slechts mensenwerk. Sommige wetenschappers maken van de wetenschap hun geloof. Dat resulteert uiteindelijk in teleurstelling. Voor christenen is er gelukkig nog iets naast, nee boven de wetenschap. Als christen besef ik dat sociale wetenschappen niet meer dan moeizame, beperkte pogingen zijn om die fantastische mens die God gemaakt heeft en die ongelooflijk ingewikkeld in elkaar zit, een heel klein beetje te begrijpen.“

Mensbeeld
Tot vreugde van Bovenberg zet de economische wetenschap steeds meer vraagtekens bij het aloude mensbeeld van de ‘homo economicus’. De mens is kennelijk toch niet zo rationeel en individualistisch als economen vaak dachten, zo blijkt uit experimenten. Met een aardig voorbeeld illustreert hij dat.
„Economen denken dat mensen zich beter gaan gedragen als je slecht gedrag straft met financiële sancties. Om zes uur moesten ouders hun kinderen bij de crèche ophalen. Heel veel ouders kwamen tien minuten later. Dat vond het personeel van de crèche vervelend. Ze riepen een sanctie in het leven. Wie tien minuten te laat kwam, betaalde vijf euro extra. Wat bleek? De ouders kwamen hun kinderen láter ophalen. Een verklaring is dat deze mensen het idee hadden dat ze het recht hadden om te laat te komen als ze die vijf euro betaalden. Ze voelden zich niet meer schuldig dat ze zich niet meer aan de afspraken, de normen, hielden.“
De economische wetenschap is volgens Bovenberg op dit moment heel erg bezig om op basis van experimenten nieuwe theorieën te ontwikkelen die het gedrag van de mens in zijn sociale omgeving beter beschrijven. „Naarmate de wetenschap het mensbeeld verder ontwikkelt, komt het gelukkig dichter bij het rijkere mensbeeld van de Bijbel,“ meent hij. „Dat is heel spannend, want het heeft veel consequenties voor bijvoorbeeld de manier waarop je binnen een bedrijf met elkaar omgaat en je werknemers aanstuurt. Of je dat vooral via financiële prikkels doet of dat ook immateriële waarden daarbij een rol spelen.“
In de managementliteratuur is ook steeds meer aandacht voor dieper liggende waarden. „Mensen willen door meer geïnspireerd worden dan geld.“ Dat geldt ook in het bedrijfsleven. Waarden blijken daar medebepalend voor de waarde van een bedrijf. „Ook de beurswaarde van een bedrijf hangt steeds meer af van immateriële zaken, zoals het imago en de waarden die het uitstraalt. Niet voor niets ging de waarde van Ahold fors omlaag door de publiciteit rondom het miljoenensalaris van topman Moberg.“

Perfectionistisch
Wetenschap is niet alles in het leven van Bovenberg. Dat blijkt uit de volgorde van vier zaken waar het in zijn leven om gaat: geloof, gezin, wetenschap en sport. De ideale volgorde, volgens hem. En de nadruk ligt op het eerste woord. „Mijn leven draait om het geloof in Jezus en de grote liefde die ik van Hem ervaren heb. Het feit dat je weet dat Jezus je zo heeft liefgehad dat Hij aan het kruis voor jou is gestorven, geeft zóveel inspiratie. Dat is zó mooi, daar draait uiteindelijk alles om.“ Ook zijn succesvolle carrière, blijkt dan. „Ik ben vroeger heel erg onzeker geweest en ook perfectionistisch,“ vertelt de topeconoom. „Dat is een beetje een schrammetje op mijn ziel. Maar juist ook omdat ik de liefde van Jezus ervaren heb, kan ik beter tegen afwijzing. Ik ben blij dat ik bij Jezus in behandeling ben. Hij is mijn Geneesheer en heeft me de persoon gemaakt die ik ben.“

Wat gaat u doen met de Spinozapremie van anderhalf miljoen euro?
„Waarschijnlijk komt er een kenniscentrum van pensioenen, levensloop en vergrijzing. Ik ben nog op zoek naar co-financiering van pensioenfondsen, want die anderhalf miljoen euro lijkt veel, maar je bent er zo doorheen, hoor.“

Niels Eckhardt

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons