Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Is er verband tussen zonde, ziekte en demonie?

in Geloven

Het boek van prof. dr. W.J. Ouweneel, Geneest de zieken! hanteert de centrale standpuntbepaling ‘ziekte-zonde-demonie’. Ouweneel stelt daarnaast dat de gelovige na belijdenis van zonden en verbreken van vloeken de genezing mag ‘claimen’. ‘Het lijkt er sterk op dat bij veel (niet alle) mensen die niet genezen, de hoofdoorzaken zijn: twijfel en ongeloof, het vasthouden aan bepaalde zonden of verkeerde contacten en het niet breken met bindingen en vloeken’.

Ouweneel laakt de opstelling van veel christenen die zeggen dat je in ziekte moet ‘berusten’, omdat God dat zo beschikt. Zij hebben onder meer op grond van Zondag 10 vrede met hun ziekte. In dit gedeelte van de Heidelbergse Catechismus staat dat gezondheid en ziekte ons niet bij toeval, maar ons uit Gods Vaderlijke hand toekomen’

Claimen

Aan het adres van Ouweneel zijn al heel wat verwijten gekomen. Hij zou beweren dat zonde altijd de oorzaak is van ziekte of dat ziek blijven gevolg is van te weinig geloof. Ouweneel formuleert als volgt: ‘Men mag weliswaar niet zeggen dat alle ziekten het gevolg zijn van zonde, maar zonde speelt veel vaker een rol bij ziekten dan veel gelovigen lijken te beseffen’. Ouweneel stelt verder dat ‘ziekte als zodanig nooit een zegen van God is, maar wel kan worden omgebogen tot onze zegen’. De stelling dat ziekte bij gelovigen altijd van de duivel komt en nooit van God noemt hij ‘veel te simplistisch’.
Maar de professor is zelf ook radicaal: ‘Het geloofsgebed zegt niet: ‘Genees mij als U wilt...’ maar: ‘Heer, wij claimen Uw eigen woord: Ik wil, wordt gereinigd’.

Berusten

Ouweneel heeft in de Bijbel namelijk geen voorbeelden gevonden van christenen die berustend hun ziekte aanvaardden en er aan overleden. Prof. dr. M.J. Paul, schrijver van het boek Vergeving en genezing: ziekenzalving in de christelijke gemeente, beaamt dat die conclusie klopt. „Maar Paulus spreekt wel over Trofimus die door hem ziek werd achtergelaten. Wij weten helemaal niet hoe die man op zijn ziekte reageerde. Dat er geen gelovigen waren die berustten in hun ziekte is dus voor een deel ook een argument vanuit het stilzwijgen van de Schrift. Het Nieuwe Testament is er op gericht dat Jezus de Zoon van God is. Logisch dat er veel genezingen genoemd worden. Het is niet geschreven om aan te geven hoe zieken met hun kwaal omgingen. De kwestie van negatieve berusting ontbreekt dus in het Nieuwe Testament, maar ik heb wel de indruk dat het tot een gelovige aanvaarding van ziekte kan komen. Daar heb ik zelf ook praktijkvoorbeelden van. Ik heb in het pastoraat christenen ontmoet die baden, gezalfd waren, zonden beleden, naar genezingsdiensten gingen, maar niet genazen. Ze bleven ziek. Niet in fatale berusting, maar in het geloof en vertrouwen dat God met hen was, gaven ze hun leven in Gods hand over. Dat zie ik als geloofsvertrouwen, dat net zo goed nieuwtestamentisch is.“

Uitwerking

Paul, docent van de opleiding Godsdienst en Pastoraal werk aan de CHE en professor aan de Evangelisch Theologische Faculteit van Leuven, houdt niet van dat ‘claimen’ van Gods Woord. „Gods beloften, ook het ‘Ik wil, wordt gereinigd’ gelden in 2003 voor 100 procent. Maar God blijft God. Hij bepaalt de mate van en de soort uitwerking van Zijn beloften. Dàt gelovig in Zijn hand overgeven, is niet passief berusten, maar vol verlangen uitzien naar wat God met Zijn beloften zal doen. Dìe vrijheid die God heeft, mis ik teveel in Ouweneels boek.“

Paul waardeert Geneest de zieken! als „goed theologisch studiemateriaal. Maar ik zou het in het pastoraat niet aan een zieke geven. Je moet ook niet de fout maken om Geneest de zieken! te lezen met een pastorale bril op. Het is systematische theologie, een poging om dingen op het punt van genezing van gelovigen door gebed helder te krijgen. Ook Ouweneel zegt daarbij dat hij sommige dingen niet kan verklaren.“

„We hebben te maken met de realiteit van een gebroken wereld met ziektekiemen. Daarin functioneren genezingen als tekenen van Gods koninkrijk. Genezing is echter nooit garantie en ook niet te claimen. Denk eens aan Afrika, met zijn ongelofelijke kindersterfte. Moet je dan zeggen dat gelovige ouders hun kinderen niet zullen verliezen en dat ze zich dat moeten visualiseren? Hun zorgen hebben toch alles te maken met voeding, omstandigheden en bestaansmiddelen? Het zou toch wreed zijn om te zeggen: ‘Claim genezing, doe maar dit, doe maar dat, dan moèt er genezing komen’!?“

„Dat neemt niet weg dat bij de vroege kerk het actieve verzet tegen ziekte sterker aanwezig was. Vanaf de Middeleeuwen en ook na de Reformatie sloegen christenen echter door naar berusting in het kruisdragen door ziekte en lijden, terwijl met kruisdragen in de Bijbel iets anders bedoeld wordt: vervolging om Christus’ wil. De gaven van de Geest, waaronder die van genezing, kwamen parallel aan het berusten op de achtergrond te staan. De pest was Gods slaande hand, men zocht het niet in onhygiënische omstandigheden.“

Belasting

Vloeken uit het voorgeslacht zijn in de loop van de geschiedenis volgens Paul nauwelijks betrokken bij het pastorale onderzoek naar de oorzaak van ziekte. Occulte belasting waar ziekte uit volgt vaker. „In de Middeleeuwen wist men wel van demonische invloeden. Dat zie je in veel schilderijen terugkomen. Daar was dus oog voor, maar minder voor de vraag hoe je daarvan bevrijd kon worden. En dat is nu ook grotendeels buiten beeld geraakt. Ik stel dat in sommige gevallen genezing van ziekte ook een punt van bevrijding van occulte macht is. Vaker dan wij denken, dat zeg ik Ouweneel na.“

In veel gevallen wordt een christen volgens Paul echter ‘gewoon’ ziek door natuurlijke oorzaken. „Het Nieuwe Testament houdt het beide voor mogelijk: De discipelen vroegen tijdens de ontmoeting met de blindgeborene aan Jezus of deze of zijn ouders gezondigd hebben. Jezus antwoordt ontkennend. Dit voorval is vervolgens de maat geworden in de christelijke kerk, terwijl in Johannes 5 de man in Bethesda te horen krijgt: ‘Ga heen en zondig niet meer, opdat u niet iets ernstigers overkome’. Bij deze zieke was er blijkbaar samenhang tussen zonde, ziekte en genezing. Ook in 1 Kor. 11 waarschuwt Paulus dat vanwege zonde ‘er onder u veel zieken en zwakken zijn’. Nadrukkelijk wordt daar oorzaak en gevolg gekoppeld. ‘Mensen, er kloppen allerlei dingen niet in jullie gemeente. Daarom zijn er veel zieken, zwakken en sterfgevallen’. Als in een gemeente bijzonder veel ziekte aanwezig is, doet men er denk ik goed aan zo’n bijbelgedeelte ernstig te overwegen. Buitenstaander mogen echter nooit tegen een zieke zeggen hoe oorzaak en gevolg bij die persoon liggen, dan gedraag je je als de vrienden van Job.“

Stil gezet

Paul heeft meegemaakt dat christenen zelf verband legden tussen hun ziekte en zonde. „Ze getuigden dat ze door hun ziekte in elk geval stil gezet werden om na te denken en hun leven te beteren. Zo werkt een ziekte dus heilzaam. Zondebelijdenis is echter nog geen garantie voor genezing. Daarmee zeg ik niet dat ziekte je altijd van de Vaderhand toegeschikt wordt. Pijn, verdriet en teleurstellingen kunnen echter een louterende uitwerking hebben. Rom. 8 vers 28 zegt dat God dat allemaal wil laten mééwerken ten goede voor degenen die Hem liefhebben. Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus lijkt te suggereren dat God ziekte geeft. Dat is iets anders dan ‘meewerken ten goede’. Ook iets wat door natuurlijke oorzaken gekomen is, of door satan veroorzaakt wordt, kan door God omgebogen worden om er nog iets goeds van te maken.“

„Of er zonde in het spel is, kan de zieke zelf in gebed overwegen en hij kan dan tot de conclusie komen dat er samenhang is.“ En geneest zo iemand niet na belijdenis van schuld en bede om vergeving, waar is dat dan een bewijs van? „Dat is niet te beredeneren.“

Overgeven

Paul zette in zijn boek niet de genezing centraal, maar de vergeving en de relatie tot God. „Hij bepaalt in welke mate Hij het gebed en de ziekenzalving zegent en op welke wijze. Ik heb het overgeven in Gods hand centraal gezet. Ouweneel gaat in zijn boek systematisch te werk. Aan het eind houdt hij een categorie over van wie hij niet kan verklaren waarom die ziek blijft. Ik ben bang dat dat wel de grootste groep zieken is.“

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons