Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Burnout: Accepteren dat je kapot bent

in Geloven

Om te weten wat burnout is, moet je bij Adrian Verbree zijn. Hij heeft het meegemaakt in zijn diepste vorm. „Alsof een stalen band om mijn hoofd werd vastgedraaid en er iets knapt. Ik kon niet meer tegen prikkels: blaadjes aan de boom, stenen, letters, geluid, alles maakte me ziek.“

Adrian noemt het zelf een diepzwarte periode. Het was ook vreselijk. Voor het hele gezin. Hij dacht op een gegeven moment dat het niet erger meer kon. Maar het werd nog veel erger. "Weer zo’n moment waarop ik moest leren: Laat het nu tot je doordringen: het is uit. Je moet niet denken dat je volgend jaar weer op de kansel staat. Je moet accepteren dat je kapot bent. Dat doet pijn. Daar wilde ik niet aan. Ik was nog lang geen veertig. Maar de tijd haalt je vanzelf in, want het gebeurt gewoon. Het proces van loslaten is dan belangrijk. Dan maar geen predikant meer of geen baan. Gewoon overleven en ik zie het wel. Het heeft tijd gekost om zo ver te komen."

Adrian Verbree (41) werd in 1988 Gereformeerd Vrijgemaakt predikant. Na ruim vijf jaar Ulrum werd Gramsbergen zijn tweede gemeente. Een veelbelovende predikant: intelligent, modern, dynamisch en snel. Hij kon in korte tijd heel veel werk verzetten, maar had een gloeiende hekel aan traditionalisme, vormen zonder inhoud. En nog steeds. Als hij dat tegenkomt, wordt hij recalcitrant. Hij heeft op zich niets tegen tradities, maar wel tegen feit dat in veel kerken tradities op een gegeven moment gelijk geschakeld worden met: zo moet het, omdat de Here het zo wil.

Als hij iets dergelijks proeft, wordt de rebel in hem wakker, want in dat laatste gelooft hij niet. Dat gaat voor hem alleen maar op als Jezus Christus het zegt en verder heeft hij er geen boodschap aan, vindt hij. "Ik denk dat er in kerken heel veel gewenst gedrag bestaat. Groepsdruk, dingen die zelfs haaks staan op het Evangelie. Het Evangelie maakt juist vrij."

Predikant
Een duidelijke, Samuël-achtige roeping om predikant te worden, heeft Verbree nooit gehad. Hij wilde wel al vanaf zijn vierde jaar zendeling worden. Het leek hem fijn om mensen over de Here Jezus te vertellen. Hij ging naar Kampen om theologie te studeren, maar merkte dat hij toch te veel Nederlander was om opnieuw wortel te kunnen schieten in een andere cultuur. Dus geen zendeling. Onvermijdelijk kwam het predikantswerk in beeld. Maar ook toen al had hij in zich: "Ja, het Evangelie graag, maar geen fratsen, geen vrijgemaakte eigenaardigheden."

Met die instelling moet je als dominee nog wel eens wat slikken. Dat is overigens niet de oorzaak geweest van zijn burnout. Het was wel een draad, maar de afknapper was uiteindelijk dat hij veel te veel hooi op zijn vork nam. Zijn plichtsgevoel was overtrokken, niet evenwichtig. "Ik had – zoals de psychiater dat zo mooi zegt – geen waarschuwingslampje voor mijn benzine. Op reservebenzine rijd je net zo hard als op gewone benzine. Sommige mensen glijden weg, ik knapte af. Het is er ineens. Het is totale lichamelijke uitputting en geen depressie of zo. Ik had nog steeds zin in alles, maar ik kon niets. Ik kon niet meer tegen prikkels. Je ziet een boom met een miljoen blaadjes. Ik kon geen boom meer zien, want ik zag al die blaadjes tegelijk. Dat gold ook voor stoeptegels. Elke voeg kwam apart op me af. Televisie was een kwelling. Dat is geluid èn beeld en het beweegt ook nog snel. Muziek ging niet meer. Praten ging niet meer. Er was een absoluut verstoorde prikkelverwerking. En als ik die prikkels dan toch maar een beetje liet komen, kreeg ik het gevoel alsof iemand een stalen band om mijn hoofd vastdraaide. Het enige was dan rust, in bed, ogen dicht. Aan de andere kant was ik daar weer een beetje bang voor, omdat er een depressie op de loer kon gaan liggen. Dat gaf een spanningsveld. Dan ging ik toch maar drie keer per dag een rondje fietsen.

Burnout is puur fysiek. Het lichaam is op en trekt gewoon de stekkers eruit. Dan denk je: Ach, even rustig aan. Ik ben er zo wel weer. Maar dat je zwarte periode bijna vijf jaar gaat duren, voorzie je in de verste verte niet. En ik ben er nog niet uit."

Afgeschreven
De ziekte begon in het najaar van 1996 en het heeft een jaar geduurd voordat de diagnose ‘burnout’ gesteld werd. "Als een huisarts zegt dat je overwerkt bent, klinkt dat anders dan ‘we kunnen je wel afschrijven’. Daar heb ik zelf ook nooit aan gedacht. Je gelooft nog teveel in jezelf en denkt er wel bovenuit te komen. Maar ik was wellicht al veel te lang op een onverstandige manier bezig geweest. Ik had de wind mee en kon alles aan. Dan is het moeilijk om helemaal om te schakelen naar volledig en misschien wel voor altijd ‘afgeschreven’. Dat doe je niet zo snel. Dat wil er niet in."

Als Adrian zich goed voelde, ging hij weer een beetje aan het werk. Dan kon hij tien minuten werken. Geweldig als dat lukte! Hij las dan met een leesvenstertje, want een hele bladzijde met letters kon hij niet aanzien. Uit een groen velletje papier had hij een regel geknipt, zodat hij één regel tegelijk kon zien. Zo schoof hij dat velletje regel voor regel over de pagina’s. Als hij dat voorzichtig doseerde, kon hij op een dag drie pagina’s lezen. Dat was zijn quotum. "Dat gaf een geweldige kick. Drie bladzijden per dag is toch bijna honderd in de maand. Je probeert uit heel kleine dingetjes iets positiefs te halen."

De burnout-Verbree ging zijn vijfde jaar in. "Er komt weer wat hoop en dan opeens valt, doordat je even een uurtje in de tuin hebt gewerkt, de hamer. Dan weet je: Ik ga weer voor een half jaar. Op den duur breng je dat niet meer op. Ik denk dat als het zo doorgegaan was, ik steeds sterker de neiging gehad zou hebben om mezelf van kant te maken. Dan ga je toch met andere ogen naar een trein kijken..."

Opname
Na een kleine opleving volgde in 1998 een enorme terugslag. Veel en veel erger nog dan ervoor. Voor zijn vrouw Gea werd het te zwaar en zij beiden besloten dat Adrian zich zou laten opnemen in het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis (GPZ) om het gezin even wat ruimte te geven. Maar Verbree was geen psychiatrisch patiënt. Bovendien ergerde hij zich groen en geel aan de ‘bevindelijk gereformeerden’ die bij hem in de groep zaten en aan "hun muziek op hele noten". Hij gedroeg zich onbeheerst en recalcitrant. "Dat was een van meest labiele periodes van mijn ziekte en dat vertaalde zich in mijn gedrag. Enerzijds had ik die balans niet meer, anderzijds zat ik in een groeiende bewustwording dat er een heleboel dingen in geloof en traditie zijn die ik niet wil. In het GPZ werd ik daar heel sterk mee geconfronteerd. Ik voelde binnen twee dagen dat ik het niet volhield. Die drukte – ik had veel meer gesprekken op een dag dan ik gewend was. Thuis kon ik niet eens aan tafel mee-eten en daar zat ik met elf man aan tafel! Ik had maar één gedachte: Ik word hier knettergek. Ik hoor hier niet. Ik moet hier weg. Het is voor mij niet goed, voor de mensen hier niet en voor het personeel niet." 

Binnen een week was hij weer thuis. Hoe nu verder? De kerk had Verbree inmiddels emeritaat verleend. Een hele stap. Hij had nu dus officieel geen gemeente meer en het gezin moest de pastorie uit om ruimte te maken voor een andere predikant. Dat neemt niet weg dat ze zich nog altijd thuis voelen in de gemeente. Het meeleven was al die tijd groots. Er kwamen dozen vol kaarten. De gemeente zorgde ervoor dat dominee Verbree en zijn vrouw samen een poosje naar Terschelling konden en er is voor gezorgd dat hij op therapeutische basis bij een kweker kon werken. Uiteindelijk heeft een antidepressivum hem uit het dal geholpen. Het gaat langzaamaan steeds beter. "Ik kan weer één keer per zondag ergens voorgaan, één keer per twee weken ben ik pastoraal werker in een opvanghuis, ik geef één keer in de veertien dagen les aan een groepje hoogbegaafde kinderen en ik schrijf. Een gemeente trekken, zou niet meer gaan. Maar ik kan wel weer van alles. Als je het over een half jaar bekijkt, komt er steeds een streepje bij."

Boek
Uitgeverij Plateau (onderdeel van de Vuurbaak) vroeg Verbree of hij over zijn ziekte een boek wilde schrijven. "Daar had ik niet zo veel zin in. Dat zou zo’n ik-verhaal worden. Ik had in een soort fragmentarisch dagboek wel altijd aantekeningen gemaakt voor mezelf, omdat ik later toch wilde zien hoe dit proces zich met mij heeft voltrokken. Soms kon ik niet meer schrijven, dan vroeg ik Gea wat aantekeningen te maken. Dus eigenlijk lag het manuscript er al. Het schrijven als verwerking van de dingen heeft voor mijn vrouw meer die functie gehad dan voor mij. Zij vond het heel emotioneel om het te lezen. Want zij had toen geen tijd om erbij stil te staan hoe erg het was, ook voor haar. Zij moest een kar met vijf jongens en een zieke man trekken. Ik heb van God een stuk leven teruggekregen, terwijl ik mezelf al zo’n beetje had afgeschreven. Elke morgen word ik wakker met de gedachte: ‘Yes, ik krijg weer een dag’. Het is allemaal nog heel beperkt wat ik kan – ik slaap elke middag, anders haal ik de avond niet – maar ik geniet weer."

Tekst: Ar Sikking

Eclips
Eclips is het openhartige verslag van Adrian Verbree’s burnout, uitgegeven door Plateau, Barneveld.
De schrijver neemt bepaald geen blad voor de mond en sommige passages zullen in de gereformeerde gezindte wat opgezette stekels veroorzaken. Maar het boek leest als een trein en geeft een goede indruk van een vreselijke ziekte, waar je nooit helemaal van geneest.
Eclips telt 200 pagina’s en kost n 13,50 (ISBN 9058040259).

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons