Icon--npo Icon--twitter Icon--facebook Icon--instagram Icon--mail Icon--search Icon--video Icon--image Icon--audio Icon--EO Icon--whatsapp Icon--linkedin Icon--snapchat Icon--youtube Icon--quote arrow-right Icon--menu Icon--background Icon--backgroundContent Icon--overlayBottom Icon--overlayTop

Kinderen zijn de kerk van vandaag

Gezinsdag

in Geloven

‘Als je eerst maar eens groot bent’, zeggen we vaak tegen een kind. Met andere woorden, nu tel je nog niet mee. In gemeenten is dat veelal niet anders. “Kinderen worden in bijzaaltjes gestopt.” Daar moet verandering in komen, vindt Marian Geeve, coördinator van kinderwerk Timotheüs, per 1 april voortgezet onder Opwekking. Daarom pleit ze om kinderen weer terug op de kerkelijke kaart te zetten.

In het Nieuwe Testament lezen we veel voorbeelden van mensen die in de ogen van anderen weinig waard zijn. Ze wijken af van het door ons geschapen standaardmodel. Ze voldoen niet aan de door ons gestelde normen. Of ze zijn nog te klein en dus van weinig waarde. Maar Jezus neemt het juist voor die ‘kleinen’ uit de samenleving op. Hij eet met de hoeren en tollenaren, zegent de kinderen en neemt het op voor de zwakkeren. ‘Niet heersen, maar dienen’ en ‘de laatsten zullen de eersten zijn’.

Ongerept
Volwassenen hebben vaak een verkeerd beeld over kinderen, signaleert Marian. “’Ach, het zijn maar kinderen. Ze horen er wel bij, maar hebben nog niet zoveel te zeggen als wij’, zeggen we dan. Daar komt bij dat kinderen wel eens dingen zeggen waar wij als volwassenen geen raad mee weten. Wat dat betreft,” zegt ze, “zijn kinderen veel ongerepter dan volwassenen. Wij als volwassenen hebben vaak teveel geleerd, teveel ervaringen opgedaan en zijn verder van de principes van God vandaan. Een kind is spontaan en kan nog buiten onze kaders denken en handelen. ‘Wie wordt als een kind, ontvangt Mij’, zegt de Here. “We moeten gehoor geven aan wat Hij zegt.”

Als voorbeeld van het spontane handelen van kinderen noemt Marian een voorval tijdens de afgelopen Pinksterconferentie. Tijdens het kinderprogramma werd aandacht besteed aan de goede-doelactie voor de straatkinderen in Bolivia. De kinderen bekeken een video waarop te zien was hoe kinderen van hun leeftijd in Bolivia leven. Marian: “Dat raakte die kinderen zo, dat ze direct aan de slag gingen om geld in te zamelen. De een pakte een gitaar en ging liedjes zingen om geld op te halen, een ander ging klusjes doen, en weer een ander ging langs de tenten om geld op te halen. Maar er kwamen volwassenen bij ons klagen over kinderen die geld op kwamen halen en dat in hun eigen zak stopten om er ijsjes van te kopen. Ik kon het niet geloven, dus we lieten de kinderen hun gang gaan. De volgende dag werd er in de dienst gecollecteerd voor het project. De kinderen kwamen met bakken geld aan en brachten tot op de laatste cent het geld wat ze voor de straatkinderen hadden verdiend. Dat vond ik zo geweldig, het ontroerde me gewoon. Wij als volwassenen willen zo graag structuurtjes bedenken en plannen maken om alles in goede banen te leiden. En uiteindelijk gebeurt er vaak zo weinig.

Je ziet dat ook als er iemand ernstig ziek is. Wij vragen ons af hoe we zo iemand moeten helpen, wat anderen wel van ons zullen denken. Maar een kind zegt: ‘Mama, zullen we ervoor bidden’? en gelooft daar ook in. Kinderen kijken vaak vreemd op als je ergens voor de derde keer voor bidt, want daar had je toch al voor gebeden? Een kind brengt zijn zorgen bij God, laat ze daar en vertrouwt erop dat er iets gebeurt.”

Wederkomst
“Een kind wordt geboren als een volwaardig mens. Het moet zich alleen nog ontwikkelen. Maar het blijft een mens. Terwijl wij het vaak niet de plek geven die het moet krijgen. Maar we moeten niet denken dat een kind de dingen toch nog niet begrijpt. Een kind begrijpt heel veel en kan diep nadenken over dingen. Ik weet nog dat toen ik een klein kind was, er veel over de wederkomst gesproken werd en over de opname van de gemeente. Dat boezemde mij een enorme angst in, omdat ik mij afvroeg of ik daar wel bij hoorde. En toen ik een keer van school naar huis fietste en een strakblauwe lucht zag, dacht ik dat dat het teken van de opname was. Ik fietste snel naar huis om te kijken of mijn moeder er nog was.

Dus kijk uit waar je over praat als er kinderen bij zijn. En denk niet: ‘Ach, ’t is nog maar een kind’. Want ook een kind is waardevol voor God. We zingen zo vaak het liedje: ‘Weet je dat je van waarde bent, weet je dat je een parel bent’, maar geven we daar ook gehoor aan? Praat eens met kinderen. En dan niet alleen vragen hoe een kind heet, of hoe oud het is, maar ga er mee om. Vraag eens wat hij of zij nu ervaart van God.”

Make-up
Het beeld dat kinderen over zichzelf hebben, hangt helemaal af van het kind zelf. De meeste jonge kinderen, tot een jaar of acht, kunnen nog geen onderscheid maken tussen realiteit en fantasie. In die fase denkt een kind dat alles mogelijk is. Vaak is de vader of moeder ook een voorbeeldfiguur. ‘Ik wil net zo sterk worden als papa’ of ‘ik wil net zulke make-up als mama’. Als de puberteit in zicht komt, denkt een kind vaak erg negatief over zichzelf. Het vindt zichzelf maar klein, stom en denkt dat het van weinig waarde is, hoewel het zich vaak wel groot voordoet.

Marian: “Vaak geven kinderen zichzelf ook de schuld van bijvoorbeeld een scheiding, of van de hoofdpijn van moeder. Over het algemeen kun je zeggen dat kinderen graag groot willen zijn. Dat zie je al aan meisjes die hoge hakken willen en jongens die stoer en sterk willen zijn. Volwassenen zijn dus vaak een voorbeeld voor kinderen. Daarom is het zo belangrijk dat wij een goed voorbeeld geven, zodat kinderen dat volgen.”

Bijzaaltjes
Een van de dingen waar Marian zich hard voor maakt, is om het kind weer op de kerkelijke kaart te krijgen. Volgens haar worden de kinderen teveel in zondagsscholen en kindernevendiensten gestopt. Ze legt uit: “Ik heb niets tegen de zondagsschool en kindernevendienst, maar je loopt als gemeente snel het gevaar dat je de kinderen uit het midden van de gemeente haalt. Terwijl ik terug zou willen naar gezinsdiensten; diensten waarin jong en oud zich thuis voelt en waar kinderen temidden van de gemeente zijn. We moeten samen met elkaar een voorbeeld geven, juist ook in de diensten. Wat er nu gebeurt, is dat het volwassenprogramma het belangrijkst is. Voor kinderactiviteiten is vaak te weinig geld. Ik zie het ook bij mensen die nieuw in de gemeente komen en zich graag in willen zetten voor het gemeentewerk. Men zegt al gauw: ‘Begin maar bij de kinderen’. Alsof die kinderen je stage zijn, alsof je daar nog niet zo veel kwaad kunt.
En dan zeggen veel mensen: ‘De kinderen zijn de toekomst van de kerk’. Nee! zeg ik dan. Kinderen zijn de kerk van vandaag. We leven vandaag en als we de kinderen vandaag geen aandacht geven, haken ze af. Hoe wil je jonge mensen in de kerk houden als je ze apart zet en niet aan het woord laat? Laat kinderen in de dienst maar eens vertellen wat ze meemaken met de Here. Wie zegt dat wij daar niets van kunnen leren? De Here Jezus zegt Zelf dat Hij Zijn lof bereid heeft uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen. En vinden wij kinderen dan lastig? Verstoren ze de orde? Dat vonden de discipelen ook. Zij stuurden de kinderen daarom weg. Maar Jezus haalde hen terug, nam hen op schoot en zegende hen! Dat is wel iets anders dan kinderen in bijzaaltjes opruimen.”

Praktisch denkt Marian aan het samen met de kinderen organiseren van een dienst. “Laat ze maar helpen met het uitzoeken van de liederen, met het organiseren van het podium, met het ophalen van de collecte. Maak bijvoorbeeld eens een themadienst over hoe waardevol mensen zijn en betrek de kinderen daar actief bij. En dan hoeft het helemaal niet kinderachtig te worden. Het is dan een wisselwerking van kinderen en volwassenen die van elkaar leren. Wij hebben als volwassenen niet alle wijsheid in pacht. Ik ken een heel aantal gemeenten waar dit Paulus-Timotheüsprincipe, zoals het wordt genoemd, heel goed werkt. Het is een kwestie van geven en nemen. Kinderen moeten respect hebben voor ouderen, maar ook andersom. Je kunt niet kinderen lastig vinden, en tegelijk vinden dat ze tegen je op moeten zien.”

Mirjam Hollebrandse
Visie 29 | 2003

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons